La Rochefoucault in een krulspeld

Papillotjes herinner ik mij van vroeger als ontsierende rolletjes waar brave huisvrouwen de hele dag mee in hun haar rondliepen om ’s avonds met een zwierige haardos bij de buren op bezoek te kunnen. Er scheen zelfs mee geslapen te worden. Dat moet je je helemaal niet voorstellen. Ga je met de personeelsvereniging een dagje uit en doe je de nacht ervoor geen oog dicht omdat je wel op je paasbest moet verschijnen voor het uitstapje naar de Efteling. Ik wilde het trouwens over de Kerst hebben en niet over Pasen. Want al weken voor de Kerstdagen verschijnen er in de Franse supermarkten rijen met zakken gevuld met papillotes en dat zijn dus geen krulspelden om er met de Kerst mooi uit te zien, maar chocolade bonbons verpakt in zilveren of gouden plastic met om de bonbon een papiertje met een aforisme of andere wijsheid van een bekend schrijver of denker. In een van mijn allerlaatste papillotes van dit jaar had ik zoiets als ‘schrijven is praten zonder tegengesproken te worden’. Ik heb er dagenlang mee op zak gelopen, want ik dacht: daar ga ik iets over schrijven, maar nu ben ik hem toch nog kwijt geraakt. Zodoende weet ik de letterlijke tekst niet meer, maar ook niet wie deze wijsheid gedebiteerd heeft. Ik hou het op La Rochefoucault, want die is samen met Oscar Wilde ieder jaar goed vertegenwoordigd in de papillotes. Bovendien zijn zijn Maximes in 1664 door Elzevier uitgegeven en zoiets schept toch een band. Hoe het ook zij, ik vond er wel wat inzitten, in dat praten zonder tegengesproken te worden. Het is al lastig genoeg om je eigen gedachtegang een beetje coherent te volgen, laat staan als daar een gesprekspartner de hele tijd intelligente opmerkingen over zit te maken. Dan ben ik na een paar minuten het spoor al bijster. Die uitspraak van La Rochefoucault – aangenomen dat hij het was natuurlijk – trof me ook omdat ik nog een andere manier ken om te praten zonder tegengesproken te worden. Als ik ziek ben, kan ik namelijk ontzettend kletsen. In mijn gewone doen ben ik niet zo’n kletskous, maar als ik ziek ben – nou ja, een beetje ziek, niet doodziek natuurlijk, ik zal maar zeggen 38.5° en alweer aan de beterende hand – dan kan ik ontzettend lullen, maar dan ook zo vreselijk dat überhaupt niemand er tussen kan komen, laat staan mij kan tegenspreken. En aangezien ik een week geleden ziek was – waardoor ik ook deze keer te laat ben met mijn column, maar dit terzijde – moest ik daar bij het lezen van die Maxime van La Rochefoucault (aangenomen natuurlijk dat het ook werkelijk om een van zijn Maximes gaat) erg aan denken. Wacht even, waar had ik het nou over? Ik weet zeker dat ik iets wou zeggen, maar dat ben ik nu even kwijt. Lastig is dat, dat praten zonder tegengesproken te worden.

PS: Ik heb het papiertje met die wijsheid van La Rochefoucault de volgende dag in het natte gras terug gevonden, met dien verstande dat die woorden niet van La Rochefoucault maar van Jules Renard bleken te zijn. Met hem blijf ik ook dicht bij huis, want hij heeft het grootste deel van zijn leven in de Nièvre, het aangrenzende departement, gewoond.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s