Even in de mierenhoop

Vorige week was ik bouwvakker. Met een echte metselaar was ik bezig ons piepkleine huisje in de Languedoc op te knappen. Dat huisje is nog helemaal niet bewoonbaar, dus overnachtte ik op mijn piepkleine bootje dat op vijf kwartier rijden aan zee ligt. Opeens was ik weer forens. ‘s Ochtends vroeg in de drukte op pad en aan het begin van de avond weer terug. Het deed me denken aan al die jaren dat ik dagelijks van Utrecht naar Amsterdam, Den Haag of Rotterdam heen en weer reisde. Het verschil was vooral dat ik toen met de trein reisde en nu met de auto, en bovendien dat ik toen geacht werd hoofdarbeid te verrichten en dat ik nu met troffel en plekspaan in de weer was. De grote overeenkomst was dat ik onderweg urenlang naar de radio luisterde. Dat deed ik destijds in de trein met een minuscuul radiootje en een koptelefoon. Het laatste exemplaar heb ik nog steeds en gebruik ik soms om mijn omgeving niet te veel tot last te zijn. Ik ben namelijk gek op radio. Ik ben een soort radiojunk. Ik vind radio het mooiste medium dat er bestaat. Daar kan geen tv of internet tegenop. En gelukkig wordt er in Frankrijk nog echt radio gemaakt. Veel goede interviews. Goede interviewers dus. Van die mensen die niet alleen een prettige radiostem hebben, maar die ook de goede vragen kunnen stellen en soms de geïnterviewde kunnen corrigeren als die bezig is de waarheid geweld aan te doen. Kennis van zaken. En niet te beroerd om daarmee een minister of andere hotemetoot om de oren te slaan. Daar smul ik van zonder dat ik daarmee een gevaar op de weg word. Tenminste dat denk ik. Want dat is ook zo aangenaam van radio: je kunt er dingen bij doen die voor het tv-scherm of achter de computer godsonmogelijk zijn. De muis hanteren en tegelijk je boterhammen smeren gaat gewoon niet. En tv kijken terwijl je de vloer staat te schrobben, wordt ook niets.
Ik had dus een beetje heimwee naar mijn oude forensenbestaan. Dat had ik toen nooit kunnen bedenken. Ik vond het vreselijk om me om acht uur en half zes in die overvolle trein te storten (ze reden toen nog wel op tijd overigens) en met moeite een zitplaats te veroveren. Ik wil niet zeggen dat het een reden was om naar Frankrijk te verhuizen, maar het was toch wel mooi meegenomen dat ik hier wonen en werken op één plek kon combineren. Zestien jaar later vind ik het wel grappig om me met al die anderen op weg naar het werk te begeven. Voor even. Even weer dat gevoel te hebben deel uit maken van die mierenhoop. Een van die zovelen te zijn die zijn eigen hoogstparticuliere beslommeringen heeft, die natuurlijk niets te maken hebben met de beslommeringen van al die anderen. In de grote massa van individuen in de stad ervaar je meer je individualiteit dan in je eentje op het platteland. Hier, te midden van de velden, bossen en koeien hebben mensen weinig behoefte zich te onderscheiden van anderen. De allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie is hier beslist niet uitgevonden. De stedeling die ik ondanks alles toch ben, kan daar maar moeilijk aan wennen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s