Ben ik wel een goede lezer?

Er zijn van die adviezen aan beginnende auteurs die je – althans mij – bijna de lust ontnemen om nog een letter op papier te zetten. De eerste is ‘Kill your darlings’. Hij schijnt van William Faulkner te zijn. Ik heb altijd begrepen dat daarmee bedoeld wordt dat je alles uit je manuscript moet schrappen wat je verhaallijn vertroebelt, terwijl je het zelf nou juist zo’n leuke vondst vindt. Ik denk dan altijd: als je met die instelling en een rode pen Homerus of Dostojevsky te lijf gaat, dan zal het ongetwijfeld een stuk bondiger worden, maar is het dan nog net zo leuk om te lezen?
Een andere is meer een waarschuwing voor de aanstormende auteur: ‘Easy reading is damned hard writing’. Sebes en Bisseling noemen het in Alweer een bestseller (Querido, 2016) “ … de quote die aan vele schrijvers wordt toegeschreven, maar het vaakst aan Ernest Hemingway.” Nu wordt dit citaat zo ongeveer aan de helft van de Angelsaksische auteurs toegeschreven – Byron, Sheridan, Thackeray, Hawthorne – maar het is zeker niet van Hemingway afkomstig. Maar goed, als zoveel literaire meesters iets over hun vak vinden, zal het wel waar zijn, toch? Om het je lezers gemakkelijk te maken, moet je vreselijk je best doen. Als een musicus heel goed speelt, lijkt het toch ook kinderspel? Dat komt voor, ja. Maar andersom? Iets lijkt met het grootste gemak gespeeld te worden of geschreven te zijn, ligt daar dan een gigantische artistieke inspanning aan ten grondslag? Niet altijd. Neem nou de meest gevierde Nederlandse violist, André Rieu. Easy listening? Zeker. Gegarandeerd zonder enige muzikale verrassing. Alles vijftig keer doorgekauwd en tot pap vermalen, glijdt moeiteloos naar binnen. En zijn page turners – easy reading bij uitstek – boeken waar de auteur vreselijk op gezwoegd heeft, ieder woord heeft afgewogen met als resultaat een boek dat voor eeuwig in je geheugen gegrift is? Ik dacht van niet. Erger, een aantal van de grootste meesterwerken van de moderne literatuur zijn in hoge mate ontoegankelijk. Daar kan ik van meepraten. Ik ben zowel in Ulysses van James Joyce en A la recherche du temps perdu van Marcel Proust blijven steken op respectievelijk pagina 210 en 517. Indachtig een stelregel van Rudy Kousbroek – probeer niet het origineel te lezen als er een goede vertaling is – heb ik het bij allebei met een Nederlandse versie geprobeerd, maar dat maakte de onderneming alleen maar hopelozer: ik ging me zitten ergeren aan de vertaling.
Ik vertel dit allemaal omdat ik onlangs opnieuw tegen het fenomeen Joël Dicker aanliep. In 2012 werd van deze toen nog heel jonge Zwitserse auteur De waarheid over de zaak Harry Quebert uitgebracht. Ik had kort nadat het boek verschenen was een radio-interview met hem gehoord. Het leek me wel een sympathieke jongen dus ik dat boek lezen. Niet uitgelezen. Maar deze keer niet om het soort redenen waarom ik met Proust en Joyce worstel. Echt geen zinnen van een kilometer. Allemaal heel toegankelijk. Een echte – ja hoor – page turner. Waarvoor hij ook nog de Grand Prix du Roman van de Académie Française en de Prix Goncourt des Lycéens kreeg. We moeten hier dus wel te maken hebben met een echte – gruwel, gruwel – literaire thriller. De Académie Française klinkt natuurlijk bijzonder prestigieus, want in dat instituut zijn de erkende grootheden van de Franse literatuur verenigd. Deze eerbiedwaardige instelling houdt zich onder meer bezig met het samenstellen van hét woordenboek van de Franse taal. Het eerste deel van de huidige editie verscheen in 1992. Nu, achtentwintig jaar en twee delen verder, is men met de S bezig. Op 7 mei van dit jaar kwam de Académie met de onthutsende mededeling dat in het algemene taalgebruik Covid-19 een verkeerd geslacht had gekregen. Covid is immers een afkorting van corona virus disease. En aangezien disease in het Frans maladie betekent, moet het la covid zijn en niet le covid want maladie is vrouwelijk. Van de Académie kunnen we dan ook niet anders verwachten dan dat hun beoordelingsvermogen op het gebied van de Franse schone letteren boven iedere twijfel verheven is. De prijs werd in het verleden toegekend aan auteurs als François Mauriac, Joseph Kessel, Antoine de Saint-Exupéry en meer recentelijk aan o.a. Patrick Modiano en Amélie Nothomb. De Goncourt des Lycéens is dan wel het kleine broertje van de grote Goncourt, maar in een adem genoemd te worden met Philippe Claudel, André Makeïne en Nancy Huston is toch niet voor iedereen weggelegd. Ondanks dat alles heb ik het boek van Dicker nooit uitgelezen en wel omdat ik al vrij snel ontdekte dat de schrijver regelrecht plagiaat had gepleegd op de door mij zeer bewonderde Philip Roth. De plot van het verhaal is uit de Human Stain van Roth gehaald. Niet zo maar een beetje. De overeenkomsten liggen zo gênant aan de oppervlakte dat het mij niet meer lukte verder te lezen. Easy reading en easy reading zijn blijkbaar twee verschillende zaken. Wat voor de miljoenen lezers van Dicker naar binnen glijdt als een glas caipirinha bij een Braziliaan, is voor mij qua inhoud en stijl volstrekt onverteerbaar. En het moge misschien zo zijn dat easy reading hard writing is – en dat nog zeker niet altijd –, good writing is weer heel iets anders. Zou er trouwens zoiets als good reading bestaan?

2 gedachten over “Ben ik wel een goede lezer?

  1. Ben een tijdje geleden begonnen met de gebroeders Karamazow. In het begin een beetje taai maar allengs wordt het steeds interessanter. Vind ik…

    Like

  2. Jij doet er blijkbaar aan: je ontmaskert toch maar mooi plagiaat. Of is dat “thorough reading”?
    Ken uw klassiekers, ook van toepassing, als ik jou zo lees, op jou. Is dat “good reading”?

    Ik heb weer es zo’n associatie, heel wat anders hoor:
    Bond, James Bond – Kill your Darlings….
    Dat er uit de binnenzak van dat colbert een ogenschijnlijk stijlvolle vulpen te voorschijn wordt gehaald… dan, met een druk van een goldfinger, volgt a view to a kill… another way to die.
    Tja, live or let die….
    Klinkt Shakespeariaans, niet?
    Maar ik zat eigenlijk nog in m’n associatie-bubbel die de plastische kant op ging met Shirley Bassey, Grace Jones, Sheena Easton en M (en de ijslijke kreet van Tina Turner), die allen dan wel ooggetuige, dan wel bloedend slachtoffer van het machtigste wapen waren geworden.
    Van wie is die eigenlijk, dat de pen het machtigste wapen is?
    Niet van Shakespeare. Zo goed ken ik m’n klassiekers dan weer wel.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s