Ik zal een jaar of elf geweest zijn toen mijn vader op Sinterklaas een boek cadeau kreeg dat De zeilsport heette. Het was een kloek werk in linnen band, geschreven door H.C.A. van Kampen. In de jaren daarna was dit mijn lijfwerk, de bron van alle wijsheid voor alles wat met varen te maken had. En varen deed ik graag, maar, bij gebrek aan een boot van mezelf of van mijn ouders, veel te weinig. En om dat tekort enigszins te compenseren had ik De zeilsport aangevuld met oude jaargangen van de Waterkampioen. Vele jaren later, misschien bij een van de vele opruimwoedes van mijn moeder of bij haar verhuizing naar een geriatrische instelling, bleek het boek onvindbaar. Dat wil zeggen dat ik ervan overtuigd was dat mijn broer het wel zou hebben en mijn broer dacht dat ik me erover ontfermd had. Toen wij erachter kwamen dat geen van tweeën het begeerde werk in zijn bezit had, ben ik, wanneer ik in Nederland was, bij De Slegtes in de tweedehands afdelingen gaan zoeken. En warempel, ik heb het een jaar of zes geleden gevonden. Het was wel niet dezelfde editie en het was ook niet meer meneer Van Kampen die ervoor verantwoordelijk was, maar deze “achtste en geheel herziene druk” van ir. J. Loeff was zeker zo mooi en compleet en veel van de oude bouwtekeningen bleken nog dezelfde. Getuige de stempel op het voorblad had het boek toebehoord aan een huisarts in Uden, een beroep dat toen en nu hoog op de prestigeladder staat en wat dus aanvullend bewijs is voor de stelling dat zeilers kakkers zijn. Wat niet wegneemt dat ik zelden zo blij ben geweest met de aanschaf van een boek. Het kreeg een ereplaats op het tafeltje naast mijn favoriete leesstoel.
En toen, op een dag, was het boek verdwenen (hetzelfde gebeurde in die tijd met een boek van Renate Dorrestein, maar dat heeft me minder aangegrepen). Ik heb werkelijk alle (dacht ik) mogelijke en onmogelijke plekken afgezocht, maar niks. Ik heb ook nog de befaamde Wet van Nijzink toegepast (voortkomend uit het zoeken naar ontbrekende lego-stukjes): “Wilt gij iets vinden, zoekt dan naar iets anders”. Maar niets hielp. Ir. Loeff was met de Noorderzon verdwenen. Nou had in die periode wel mijn broer een paar weken in ons huis vertoefd om samen met zijn vrouw voor onze hond en katten te zorgen. Dat was natuurlijk de oplossing: hij had het geleend en was dat vergeten te zeggen! Het antwoord was: “Heb jij De zeilsport? Als ik dat geweten had …”. Er was nog een mogelijkheid. Ook een schoonzus met een vriendin hadden toen een paar weken voor de beesten gezorgd. De schoonzus heeft niets met zeilen, dus die viel af, maar die vriendin? Had die niet verteld dat haar overleden man een verwoed zeiler was en dat zij ook graag meeging? Dat was het, zij moest de schuldige zijn. Wij wisten dat natuurlijk niet, maar zij was vast een kleptomane. Dat komt in de beste families voor. Maar wat nu? Moest ik nu mijn schoonzus bellen en vragen of zij haar vriendin zou willen vragen of zij per ongeluk mijn meest kostbare boek in haar tas had gedaan? Nee, dat doe je niet en trouwens die vriendin zou dat toch nooit toegeven. Ik moest me maar gaan verzoenen met het tweede verlies van het geliefde boek.
Twee jaar later gingen we verhuizen. Het voorlopig koopcontract was getekend en wij gingen inpakken. Dat was een langdurige geschiedenis want we moesten van 500 m² naar vermoedelijk iets van 120 m². Dus veel uitzoeken: wat kan weggegooid, wat naar de kringloop (de Emmaüs in ons geval), wat willen onze kopers overnemen, wat krijgen ze van ons en ten slotte, wat nemen we mee? Een ding was zeker: we hoefden geen tuingereedschap mee te nemen, want na vijfentwintig jaar ploeteren om de mooiste tuin van de hele Bourgogne te maken en die mooi te houden, wilden we zeker geen tuin meer. En mens kan zich lelijk vergissen want nu wonen we in een vrijstaande woning met een forse lap tuin eromheen. Het laatste vertrek waar opgeruimd, geselecteerd en ingepakt moest worden, was onze werkkamer. Daarin stonden onder meer twee grote antieke kasten. Bovenop een van die kasten stond het financiële archief en op de andere eigenlijk niets waar ik niet vanaf de vloer staande bij zou kunnen: een oude trombone (naar de Emmaüs), een bos kunstbloemen (weggegooid) en een groot zelfgemaakt vogelmasker van papier mâché (foto van gemaakt en toen toch maar op de brandstapel). Er was eigenlijk geen reden om een stoel te pakken om te kijken of er nog iets anders bovenop lag. Toch maar gedaan. Er lag nog wel iets: De zeilsport van ir. Loeff. Na een moment van ongeloof barstte ik los in een vreugdegehuil dat een kilometer in de omtrek te horen moet zijn geweest. Toen J. kwam informeren wat er aan de hand was en ik haar op de bovenkant van de kast wijzend het boek liet zien, zei ze simpelweg: “O ja, nu herinner ik het me weer. Ik heb het daar neergelegd omdat ik bang was dat je het anders kwijt zou raken.” Die logica heb ik nooit begrepen, maar het belangrijkste was dat ik het boek der boeken terughad.
Het duurde vervolgens een jaar totdat de dozen in ons nieuwe huis arriveerden. En nog eens een half jaar voordat we de meeste uitgepakt hadden. Toen dat eenmaal zover was, bleken twee dingen de eindstreep niet gehaald te hebben: een schilderij waaraan we zeer gehecht waren en doos 86. En wat zat er in doos 86 (ik had de inhoud van de dozen keurig genoteerd)? Zeilsport e.a. boeken, voetje monitor, spellen. Dat van die spellen was natuurlijk jammer maar geen ramp, een voetje voor mijn computerbeeldscherm heb ik zelf in elkaar geknutseld. Maar nu was ik voor de derde keer in mijn leven De zeilsport kwijt. Ik ben allergisch voor complottheorieën, maar ik begon nu toch serieus aan een samenzwering te denken. Het wie of wat en waarom waren me onduidelijk, maar dit kon geen toeval meer zijn.
Inmiddels zijn we weer bijna een half jaar verder en net terug van een maand verblijf bij onze zoon, schoondochter en inmiddels ook nog een kleinkind in Rio de Janeiro. Ik constateerde daar een schrijnend gebrek aan bordspellen zowel in het algemeen als in huis. Ik wist dat we er daar nog wel een paar van in een nog ongeopende verhuisdoos hadden zitten. En aangezien we over een paar maanden weer terug naar Rio gaan, ben ik na thuiskomst snel op zoek gegaan. In mijn schrijfblokje met verhuisdozen 1 tot en met 127 vond ik onder de ongeopende dozen nummer 89 met de aanduiding spellen. En inderdaad daar zaten spellen in. Bovenin een pokerspel en een mahjong spel, maar dat was niet wat ik zocht. Ik groef dieper en vond Le capital au XXIe siècle van Thomas Piketty. Hé, lag dat boek niet onder mijn Zeilsport? En daar is ook mijn monitorvoetje, maar dan moet … En ja hoor, daar was, nog mooier dan ik me herinner, De zeilsport in onberispelijk blauwlinnen band. Hoe vaak kun je blij zijn met het vinden van één boek?
N.B.: Doos 86 heeft nooit bestaan, een echte zogeheten fantoomdoos.