Ik denk dat ons verblijf in Frankrijk vanaf het begin zeer bepaald werd door het feit dat we een kind van schoolgaande leeftijd hadden. Onze zoon, Serge, heeft van zijn zesde tot zijn achttiende dat deel van het Franse onderwijssysteem doorlopen dat door 60% van de Franse jeugd doorlopen wordt. Dat maakte bijvoorbeeld dat allerlei situaties in films als Etre et avoir of Entre les murs, of in boeken als Pennac’s Chagrin d’école voor ons volstrekt herkenbaar waren.
Op de lagere school zijn we – na twee mooie jaren met die juf die een vriendin van ons werd – in een gigantisch conflict verzeild geraakt met een nieuwe leerkracht. Dat resulteerde in gesprekken met de inspecteur en in onderhandelingen of wij onder de verplichting van de carte scolaire uit konden komen (in Frankrijk hebben scholen een ‘verzorgingsgebied’ met de verplichting om je kind binnen dat gebied op de bijbehorende school in te schrijven). Dat soort dingen hebben mij veel over het Franse schoolsysteem geleerd en daarmee over de Franse samenleving. Dat heeft ons niet altijd blij en gelukkig gemaakt. Als je ziet dat je kind zwaar lijdt onder een ernstig verkalkt onderwijssysteem en onder een entre nous mentaliteit van de plattelandsbevolking, dan vraag je je meer dan eens af of je wel de juiste keuze hebt gemaakt. Een voorbeeld. Daags na 11/9 was het mijn beurt om twee leeftijdgenoten van Serge op te halen en samen met hem bij de schoolbus af te leveren. Toen ze in de auto zaten, vroeg Serge aan hen of ze het gisteren gezien hadden op de tv. Ja, ze hadden het gezien die uitzending over die nieuwe tractor in het regionale nieuws. Serge keek mij toen aan met een blik van: zie je het nu? En ik voelde: tot deze ploucs (boerenpummels) hebben mijn ouders mij veroordeeld.
Om kort te gaan wat onze zoon betreft: toen hij naar lycée ging, verkoos hij het om meteen maar een eind weg en op internaat te gaan in plaats van het dichtstbijzijnde lycée waar hij opnieuw tegen een aantal van die boerenpummels zou oplopen. Hij verhuisde door de week naar Chalon sur Saône. Daar heeft hij het gelukkig drie jaar lang goed naar zijn zin gehad. Chalon is trouwens ook een leuke stad. Ik ben er een jaar lang lid geweest van de plaatselijke zeilvereniging. Dat is eigenlijk de enige keer dat ik echt aan het Franse verenigingsleven heb deelgenomen en dat is me zeer goed bevallen. Het zat zo. Ik had al een paar jaar een boot in La Rochelle liggen. Dat was wel een beetje ver weg (5 à 6 uur rijden) en bovendien is het klimaat aan de Atlantische kust zodanig dat, als ik een paar dagen de tijd had om te gaan zeilen, het vaak ofwel regende, ofwel te hard woei, ofwel allebei. Dus besloot ik dat ik mijn bootje beter aan de Middellandse Zeekust kon leggen. Ik was serieus van plan om hem via Bordeaux en het Canal du midi daarheen te varen. Daar waren alleen twee obstakels: de bijzonder verraderlijke stroming en golfslag in de monding van de Gironde en de lengte van het Canal du midi (en met name het aantal sluizen daarin: een paar honderd, leuk als je retraité bent). Dus: te veel risico en te veel tijd. Daarom besloot ik het anders te doen. Eerst mijn boot over de weg naar Chalon laten transporteren, daar een tijdje blijven en hem dan via de Saône en de Rhône naar het zuiden varen. Ik ging op zoek naar een leuke haven in Chalon, vond die bij de plaatselijke zeilvereniging waarvan ik vervolgens lid werd en die mij in het jaar dat mijn boot daar lag een geheel nieuwe blik op het sociale leven in Frankrijk bood. Ik voelde mij daar vanaf de eerste avond die ik met mijn medezeilers doorbracht volledig geaccepteerd. Ik had mij van deze yacht-club iets tamelijk kakkineus voorgesteld, maar het tegendeel was het geval. Ik kwam er naast een enkele gepensioneerde fabrieksdirecteur of middelbare schooldocent vooral mensen in beroepen als automonteur en fabrieksarbeider tegen. En de sfeer was van een ongelooflijke convivialité om dat onvertaalbare woord (gezelligheid komt enigszins in de buurt) maar even te gebruiken. Het enige probleem was dat ik op de Saône tien kilometer tussen twee vaste bruggen heen en weer kon zeilen en dat had ik na een paar keer wel gezien. Dus na een jaar heb ik mijn boot naar het zuiden gevaren. Ik had een ligplaats in Sète georganiseerd en daar lig ik nu al jaren naar volle tevredenheid. Vanmiddag pak ik de trein op veertig minuten hier vandaan en drie uur later sta ik dan op het station van Sète in de Middellandse zeebries.