Klusjes

Afgelopen week zat ik op mijn boot in Sète. Dat doe ik graag. Ik heb hem in de eerste plaats om mee te zeilen, maar alleen al van het erop zitten raak ik tevreden. Ik neem aan dat de meeste andere zeilers direct begrijpen wat ik bedoel, maar aan niet-zeilers is het nauwelijks uit te leggen. In de eerste plaats zit ik in een ding dat schommelt in het water. Alleen dat al is een gevoel waar je van moet houden om het op een boot uit te houden. Ik ben er gek op. Je zou mogen verwachten dat het voor iedereen aangename sensaties oproept die te maken hebben met het rondklotsen in de baarmoeder, maar dat blijkt toch niet het geval te zijn. Er zijn mensen die alleen al van zo’n rustig schommelend bootje bijna zeeziek worden. Dan zijn er die speciale geuren die op een zeilboot thuishoren. Ik zou niet weten wat het precies is, maar je ruikt ze op iedere zeilboot. Vroeger associeerde ik dat met getaand touw, maar dat tref je nu alleen nog maar bij de liefhebbers van antieke jachten aan. Het heeft iets met water, althans vochtigheid, te maken en dan een vleugje brandstoflucht erdoor. En dan is er die sfeer van ambachtelijkheid die je op een boot omringt: touwen, kabels, zeilen, allerlei soorten sluitingen en katrollen (blokken heten die voor ons zeilers), ankers, zeilkleding en dan nog allerlei materiaal om ongeveer alles dat kapot gaat te repareren. In een kleine ruimte heb je alles bij de hand dat je in je zeilende bestaan nodig zou kunnen hebben. Weinig dingen zijn leuker dan om in de microkosmos van mijn kajuitje ’s avonds na gedane arbeid een boek te zitten lezen. Die gedane arbeid is dan meestal zeilen. Gek genoeg is een van de leukere dingen van zeilen dat het niet zomaar altijd kan. De weergoden moeten je goed gezind zijn (en liefst blijven), zo niet dan ben je veroordeeld je dag in de haven door te brengen met het doen van allerlei klusjes. Zo heb ik afgelopen week op zo’n dag (er stond geen wind) mijn kraanlijn door een langere vervangen, een haakje aan de grootzeilhoes genaaid en nog een paar van dat soort dingen die ik nu vergeten ben. In zijn verhaal Krabbels van het water geeft Joop Waasdorp een hilarische en nagenoeg uitputtende opsomming van dat soort klusjes. Als ik door mijn klusjes heen zou zijn, is er nog geen man overboord want Sète heeft een gevarieerd cultureel leven. Zo is er het Musée Paul Valéry voor moderne kunst, het Musée des Arts Modestes (absoluut enig in zijn soort, maar nog niet bezocht), de Espace Georges Brassens (een echte aanrader, als je van Georges Brassens houdt tenminste), het Centre régional d’art contemporain (mooie exposities), het Théâtre de la Mer (openluchttheater, vooral jazz- en popconcerten) en nog veel andere kleinere gelegenheden. Bovendien is het per trein een kwartier naar Montpellier en daar is zo ongeveer alles wat een mens zich cultureel kan wensen.
Maar meestal kan het wel, zeilen. Hoewel daar vaak een afwegingsproces aan vooraf gaat. Om met je boot  de zee op te gaan is namelijk toch niet hetzelfde dan de Loosdrechtse Plassen op te varen. De dingen die mis kunnen gaan zijn niet zo verschillend, maar de gevolgen wel. Als je daar moederziel alleen zo’n mijl of tien buiten de kust vaart, is er niemand die je te hulp schiet als je roer afbreekt, je stag afknapt en je motor het niet meer doet. Dan kun je dus beter van tevoren even controleren of je marifoon wel opgeladen is, zodat je contact met de haven of het alarmkanaal kunt maken. Wat ook handig is, in zo’n geval is dat je GPS werkt zodat je je positie kunt opgeven. En wat vooral heel verstandig is, is het bestuderen van het lokale weerbericht. Want het kan wel mooi onbewolkt zijn met een zwak windje, maar als ’s middags om twee uur het weer opeens radicaal omslaat en je zit twintig mijl verwijderd van de dichtstbijzijnde haven, dan kun je een probleem hebben. Dat alles om te zeggen dat een van de aardige dingen van zeilen is dat je de gewenste activiteit vaak moet bevechten door een taai onderhandelingsproces met jezelf. Wat is wijs? Wat is verantwoord? Ben ik niet al te voorzichtig? En bovendien moet je ook nog strategieën bewandelen. Waar ga ik heen, zodat ik niet aan het eind van de middag met nog een heel stuk te varen de wind tegen heb? Afgelopen week ging het helemaal goed. De eerste dag in Sète was bestemd voor het schoonmaken van het onderwaterschip. Daar zaten na een jaar alweer zoveel algen en schelpdieren aan geplakt dat ik daar zeker een à twee mijl per uur zachter door zou lopen. Normaal zet ik hem daarna meteen ook in een nieuwe laag anti-fouling (speciale verf voor het onderwaterschip die de aangroei moet afremmen, hoewel ik aan de effectiviteit ervan zo mijn twijfels heb), maar daar had ik deze keer geen zin in: ik wilde vooral zeilen. De dag daarna had ik geluk: zon en wind. Toen een dag geen wind: dat was de klusjesdag. En toen weer een dag met weinig zon en des te meer wind. Dat begon met matig maar uiteindelijk liep ik toen met harde wind de haven binnen. Dat zijn van die momenten dat je enig respect oogst van je buren op de steiger, die met een voorspelde windkracht 6 à 7 maar lekker in de haven waren gebleven. Klusjes doen.

Plaats een reactie