Gisteren werd in heel Frankrijk gedemonstreerd tegen het xenofobe beleid van de Franse regering onder leiding van Sarkozy. Dat werd vooral ingegeven door de recente massale uitzettingen van Roma. Overmorgen moet heel Frankrijk de straat op om tegen de pensioenplannen van diezelfde regering te demonstreren, dus een bijzonder grote opkomst viel niet te verwachten, maar toen wij tien minuten voor aanvang op de verzamelplaats twee groepjes van tien mensen gewaar werden, zonk ons de moed toch een beetje in de schoenen. ‘Als er verder niemand komt, kunnen we altijd nog een nieuwe jas voor je gaan kopen’, zei ik tegen Jacqueline om de stemming er een beetje in te houden. Maar zowaar, een half uur na de geplande aanvang van de demonstratie zette zich toch een stoet van zo’n 1500 mensen in beweging. Niet overweldigend, maar dit speelde zich af in Dijon, weliswaar een redelijk grote stad, maar nog geen Parijs of Marseille. Wij liepen bij toeval tussen de CFDT – een van de drie grote vakbonden – en Les Verts in. Dat voelde wel prettig. We hadden er alleen een beetje spijt van niet zelf een spandoek meegenomen te hebben met zoiets als ‘Het anti-Wilders Front. Voor een solidair Europa’. Geheid dat we daarmee het regiojournaal gehaald hadden.
Na een kilometer door de drukste winkelstraat gelopen te hebben, hielden we halt op een prachtig plein voor het hertogelijk paleis. Maar wij waren gekomen om te demonstreren en niet om het cultureel erfgoed van Dijon te bewonderen en werden zodoende na een minuut of tien van onverstaanbare toespraken wat ongeduldig. Dus zijn we maar op een terras wat gaan drinken, wachtend op de herstart van de demonstratie. Maar na de laatste spreekster volgde niets. De aanwezigen bleven gezellig in groepjes staan babbelen en langzamerhand druppelde het plein leeg. We waren diep geschokt. Gepokt en gemazeld als we zijn in het actiewezen van de jaren zestig en zeventig in Amsterdam, verwachtten wij wel wat anders dan een wandelingetje door de Leidsestraat en klaar is Kees. De kortste demonstratie die ik ooit gelopen heb was geloof ik van het Museumplein naar de Beurs van Berlage. Dat was nog eens andere koek. En bovendien werden wij dan bij aankomst onthaald op krachtige retoriek van bevlogen sprekers. Wij keken elkaar meewarig aan, constateerden: ‘Die Fransen toch’ en besloten gezellig te gaan winkelen.
Vanochtend had ik de bijna rituele jaarlijkse aanvaring met een visser die mij wat al te vrijpostig bezit had genomen van ons terrein. Die eindigde ermee dat hij – geheel voorspelbaar – opmerkte dat ik terug moest naar waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde: ‘Zoals de Roma zeker’. En hij: ‘Precies, meneer’. Want we blijven beleefd in dit land, ook al zijn we xenofoob.