Oorlog

Ik voer oorlog. Ik durf daar met een gerust geweten voor uit te komen, want oorlog voeren is dezer dagen een respectabele bezigheid. Het land waarin ik woon is in verschillende oorlogen betrokken en is daar trots op. Dat was wel eens anders. Kort geleden nog was oorlog gewoon ‘not done’. Je deed het niet en als je er toch op een of andere manier in terechtgekomen was, dan schaamde je je er voor. Dat kwam natuurlijk door Irak. Maar tegenwoordig staat het voeren van oorlog weer hoog in de peilingen. Hele volken roepen om het ingrijpen van legers van vreemde mogendheden. En omdat die nou juist weer schoon gewassen willen worden van de Irakese ellende die aan hen kleeft, doen die niets liever dan her en der op deze aardkloot de burgerbevolking beschermen, de democratie veiligstellen en zelfs potentaten verjagen. Dus aan deze oorlogseuforie wilde ik ook mijn steentje bijdragen. Nu ik aan de winnende hand ben, durf ik dat wel te zeggen. Ik was namelijk al vijftien jaar verwikkeld in een nietsontziende strijd met een onzichtbare vijand. Er werd tegen mij een soort guerrillaoorlog gevoerd die ik niet anders dan met conventionele middelen wist te beantwoorden: mijnenvelden, chemische oorlogsvoering, bombardementen. Alles wat de wapenindustrie op de markt bracht heb ik in de strijd geworpen. Maar de vijand was mij steeds te slim af. Erger nog: hij leek zijn posities alleen maar te versterken. Mijn artillerievuur was nog slechts een ritueel nummer. Feitelijk had ik de hoop al opgegeven de strijd nog te kunnen winnen. Maar door een radicale wijziging in mijn oorlogsvoering heb ik de situatie in een paar weken tijd in mijn voordeel weten te veranderen. Ik heb de vijandelijke troepen gedecimeerd. Van enige activiteit van gene zijde is nauwelijks meer iets te merken. Misschien dat de leider met enige getrouwen in een onderaardse bunker psalmen zit te zingen, maar militair gezien heb ik ze uitgeschakeld.
Hoe dat zo is gekomen? Door het bestuderen van het werk van Clausewitz? Nee hoor. Door internet. Toen het water mij voor de zoveelste maal aan de lippen stond, ben ik gaan kijken of er ergens op deze wereld iemand een oplossing voor mijn probleem had. En ja hoor! ‘Heeft u ook al kapitalen aan ineffectief en vervuilend wapentuig uitgegeven? Dan is hier de succesformule.’ Of woorden van gelijke strekking. Volgde een beschrijving van de klassieke maar o zo doelmatige wijze van oorlogvoering tegen mijn vijand. Ik bestelde het wapentuig en een bijbehorend soort Handboek soldaat. Ik verdiepte mij in de tactiek van de vijand en installeerde mijn offensieve wapens midden in de vijandelijke linies. Het resultaat was verbluffend. In drie weken tijd bracht ik de tegenpartij  meer verliezen toe dan in alle vijftien voorafgaande jaren bij elkaar.
Ik weet het, ik heb mij nu vele vijanden gemaakt. Maarten ’t Hart voorop. En het zal ook wel ontzettend truttig zijn om, als je net je gazon gemaaid hebt, je op te winden over weer vijf verse molshopen. Maar toch, na vijftien jaar frustratie was de maat vol. Ik heb het geprobeerd met gelatenheid, maar het is me uiteindelijk niet gelukt. Zelfs de buurman vond de molleninvasie de afgelopen jaren wel erg gortig worden. En dat zegt wat. Normaliter neemt hij iedere calamiteit ‘met filosofie’, zoals de Fransen zeggen. Maar nu vond hij het wel erg bar. Niet dat hij er iets tegen doet. Hij maait ze gewoon plat met zijn grasmaaier, dat wil zeggen de molshopen, niet de mollen.
Het heeft aan de andere kant wel iets treurigs, de strijd tegen de mollen te winnen. Want wie wil er nu eigenlijk kwaad doen aan zulke leuke, vertederende beestjes? Ooit al eens mol van dichtbij gezien? Je zou er zo een als huisdier willen hebben. Dat prachtige zwarte vachtje. Die vier poezelige babyhandjes. De overwinningsroes valt dus wat tegen. Het ware beter geweest als het een soort onderaardse trollen waren. Aan de andere kant, als ik ’s ochtends opsta, uit het raam kijk en zie dat er alweer geen molshoop in de tuin is, dan is mijn geluk compleet. En, ter geruststelling, denk niet dat ik iets tegen mollen heb: in de omringende velden en weides wens ik ze een lang en vruchtbaar leven toe.

Plaats een reactie