Een week geleden overleed Cora Vaucaire. Dat las ik in de krant. De naam deed mij niet direct een lichtje branden. Normaal laat ik de necrologieën van mij onbekenden links liggen, maar deze keer las ik hem in zijn geheel. Cora Vaucaire bleek een zangeres van de generatie Juliette Gréco en Barbara te zijn. Haar bijnaam was La dame blanche de Saint-Germain-des-Prés. Ze kleedde zich geheel in het wit omdat ze zich niet kon vinden in de toen heersende trend om in het zwart gekleed te gaan. Gisteren hoorde ik haar op de radio. Ze zong mooi. De presentator vertelde dat ze veel teksten van Prévert gezongen had. Dan moet ik haar kennen, realiseer ik mij en ga wat rommelen in mijn Cd-collectie tot ik te voorschijn kom met een dubbel-cd met teksten van Jacques Prévert gezongen door verschillende artiesten, waaronder natuurlijk de onvermijdelijke Yves Montand en Juliette Gréco, en Prévert zelf. Even zoeken en ja hoor daar staat Cora Vaucaire met Les feuilles mortes. Laat dat nu mijn lievelingschanson zijn. Waar ik ook ben, als ik een verzoeknummer kan laten spelen door een straatmuzikant of een barpianist, dan vraag ik altijd om Les feuilles mortes. Of Autumn Leaves als ik in een Engelstalig land ben. Oorspronkelijk werd het lied gezongen door Yves Montand in de film Les portes de la nuit, uiteraard een van mijn favoriete films. Vervolgens lees ik in het boekje bij de Cd’s dat de tekst van Les feuilles mortes verschenen is een postume dichtbundel van Prévert getiteld Soleil de nuit. Nu moet ik even slikken.
Tien jaar geleden besloot ik een zeilboot te gaan kopen. Het moest een zeewaardig bootje worden, want ik wilde de zee op. Een merkwaardige wens voor iemand die op zes uur rijden van zowel de Atlantische Oceaan als de Middellandse Zee woont, maar daar zal ik het niet over hebben. Het bootje werd gezocht en gevonden. Het enige wat er niet aan deugde, was de naam. Die bestond uit een grapje dat alleen door de toenmalige eigenaar en diens zoon te begrijpen was. Mijn bootje moest dus een nieuwe naam krijgen. Nu heb ik altijd begrepen dat het veranderen van de naam van een boot zoveel betekent als het afroepen van onheil. Daar had ik dus een probleem. Ik had wel eens een kano gehad en die hadden we Het Verstand Van Poeh genoemd, dus lag het voor de hand dat mijn nieuwe bootje Het Verstand II zou gaan heten, maar ik zag daar niets anders dan ellende van komen. Nu hoorde bij de boot een soort kentekenbewijs waarin ik alle namen kon terugvinden die het bootje in de voorafgaande twintig jaar had gehad (blijkbaar waren de vorige eigenaren niet zo bijgelovig als ik). Zo had hij Sertão geheten. Persoonlijk heb ik niets met het noordoosten van Brazilië, dus die naam viel af. Maar zijn allereerste naam was Soleil de nuit. Dat was het! Daarmee sloeg ik twee vliegen in één klap: door terug te keren naar de oorspronkelijke naam zou ik alle verzamelde doemen veroorzaakt door de successievelijke naamswijzigingen ongedaan maken en bovendien had ik er een mooie poëtische naam mee. En inderdaad, de goden zijn met mij geweest. Maar dat ik al die tien jaar niet heb geweten dat het de naam is van de dichtbundel waarin mijn favoriete chanson staat! Ik heb afgelopen week vier dagen heerlijk gezeild, maar ik weet zeker dat ik de volgende keer noch lekkerder zal zeilen. Met dank aan Cora Vaucaire en Jacques Prévert.
Hoi Ton,
meteen even op Spotify geluisterd: ze zingt les feuilles mortes inderdaad prachtig. Dank voor de tip! Hartelijke groet, Bart
LikeLike