Wel eens geprobeerd veertig jaar eigen levensgeschiedenis in pakweg negentig seconden samen te vatten ? Het is een interessant experiment, maar toen het zover was, heb ik het toch maar niet uitgevoerd. De gelegenheid was de ontmoeting met een vriend van veertig jaar geleden. We kwamen destijds bij elkaar over de vloer, hadden gemeenschappelijke vrienden en waren allebei min (ik) of meer (hij) actief in de linkse studentenbeweging. Door omstandigheden die zeker niet binnen die negentig seconden passen, zijn we elkaar uit het oog verloren. Totdat ik in het alumniblad van mijn oude universiteit de aankondiging zag van zijn oratie wegens het aanvaarden van een bijzonder hoogleraarschap. Natuurlijk had ik niet anders van hem verwacht en bekroop mij even – heel even maar! – het gevoel dat ik ook wel in het universiteitsblad had willen staan wegens mijn aanstaande oratie, maar dan had ik toch eerst even moeten promoveren en god mag weten hoe lang universitair docent moeten zijn en ik weet nog steeds niet of ik dat er voor over zou hebben gehad vooropgesteld dat mijn intellectuele capaciteiten mij daartoe in staat zouden hebben gesteld. Ik denk wel dat ik dan met die negentig seconden had uitgekund. Dat lijkt mij een leven als ‘un long fleuve tranquille’ zoals ze dat bij ons in Frankrijk zeggen. Daar heb je het al. Als je als wetenschapper geëmigreerd bent, dan hoef je daar weinig woorden aan vuil te maken. Dan is dat gewoon omdat het wetenschappelijke klimaat op jouw vakgebied in land X interessanter is, meer uitdagingen biedt of iets dergelijks. Als ik moet uitleggen waarom ík naar Frankrijk ben verhuisd, dan moet ik zo ongeveer op de canapé van de psychoanalist. Afijn, geen ‘long fleuve tranquille’ voor mij dus. Bijna iedere keer dat ik van baan veranderde – en dat is nogal eens voorgekomen – veranderde ik ook van beroep. Dus bij het voorlezen van mijn cv in beknopte vorm, schiet ik al dik over die negentig seconden heen, laat staan wat er gebeurt als ik ga uitleggen waarom ik steeds weer van werk veranderde. En nu we het toch over Frankrijk hebben, door die hooggeleerde vriend van mij heb ik eindelijk begrepen waarom het Franse werkloosheidspercentage zo achterlijk hoog is vergeleken met het Nederlandse. Dat komt doordat Nederlanders de beschikbare arbeidsplaatsen zo verdeeld hebben dat bijna iedereen in deeltijd werkt. Maar aangezien je banen niet tot in het oneindige kunt blijven opsplitsen zal de rek er binnenkort wel uitraken en zal blijken dat Nederland toch weer niet zo bijzonder is. Waar ik ook even van zat te kijken tijdens die oratie was het gegeven dat 45% van de Nederlandse jongeren onderwijs combineren met een baan. Van de andere Europese landen bakt alleen Denemarken het zo bruin. Dat kan namelijk niet anders betekenen dan dat het onderwijs zo weinig voorstelt dat je er gemakkelijk een baantje naast kunt hebben, of dat de studiefinanciering zo slecht is geregeld dat – als je ouders niet over ongelimiteerde middelen beschikken – je er wel een baantje bij moet hebben. Vergelijk dat eens met Frankrijk waar slechts 8% studie met werk combineert. Tot zover wat bij mij is blijven hangen uit het betoog van mijn hooggeleerde vriend. En terug naar die negentig seconden waarin ik mijn levensverhaal moet vertellen. Want waarom zou ik dat eigenlijk willen? Dat is heel simpel dat is de geschatte tijd tussen het moment dat ik de kersverse professor de hand schud en hij mij vraagt ‘Goh Ton, wat een verrassing. Wat heb jij in de tussentijd gedaan?’, en het moment dat de wachtenden achter mij, gewapend met bos bloemen en fraai ingepakte fles wijn, hun geduld beginnen te verliezen en mij zacht doch dwingend verder duwen.