Parijs

Tien maanden geleden bracht ik mijn zoon naar een bejaardentehuis. Daar heb ik toen op mijn blog nog een verhaaltje over geschreven. Vorige week heb ik hem geholpen naar Parijs te verhuizen, een passender bestemming voor een twintiger. Hoewel hij het in zijn bejaardenflat in Amsterdam-noord prima naar zijn zin had en dat moet Parijs nog maar waarmaken. Wie zich met zekerheid uitstekend vermaakte in Parijs was zijn vader, ik dus. Zoals wel meer voorkwam in mijn generatie was ik al idolaat van Parijs zonder er ooit een voet gezet te hebben. Vanaf mijn twaalfde las ik alle Maigrets waar ik de hand op kon leggen en wapende me bij lezing met de plattegrond van Parijs om er toch maar vooral zeker van te zijn dat ik de plaatsen van handeling juist kon lokaliseren. Voor de bijbehorende beelden moest Simenon zelf zorgen, maar ik betwijfel of die, zoals ik ze voor me zag, veel relatie hadden met de Parijse realiteit: Amsterdam was de enige grote stad die ik wel eens van nabij had gezien. In latere jaren werd mijn beeld van Parijs langzamerhand ingevuld door de films die ik zag. Na het zien van A bout de souffle op mijn veertiende was ik een onvoorwaardelijke fan van Jean-Luc Godard, dus ik denk dat ik vooral het Parijs van Godard voor ogen had. Naar die stad moest ik toe, zoveel was wel zeker. Daar was het echte leven. Afgezien van het schooluitstapje naar Baarle-Hertog was ik nog nooit buiten de landsgrenzen geweest toen zich tijdens mijn derde studiejaar in Amsterdam de gelegenheid voordeed om met de vriend van een goede vriend naar Parijs mee te rijden. Voor onderkomen was ook gezorgd: het huis van de moeder van de vriendin van een vriend van deze twee vrienden. Mijn toenmalige geliefde en ik helemaal uitgelaten, want ook zij was behept met deze liefde voor alles wat met Frankrijk en in het bijzonder Parijs te maken had. Ondanks het feit dat wij tijdens dat Paasweekeind in Parijs ernstig ruzie kregen met onze chauffeur (dat was die vriend van die goede vriend) die dreigde zonder ons naar Nederland te vertrekken en dat de olietanker Torrey Canyon op de klippen was gelopen en zijn zwarte smurrie over de Bretonse kusten uitstortte, waren de drie dagen Parijs een groot succes. Ik had drie dagen lang het gevoel in mijn favoriete film rond te lopen. Sindsdien kan Parijs bij mij niet meer kapot. Wat ik er vooral aan heb overgehouden is de geur: sindsdien weet ik hoe Parijs ruikt. En dat maakt ook een film die zich in Parijs afspeelt tot een andere ervaring. Sindsdien had ik niet alleen de beelden en het geluid, maar ook de geur. En zo kon ik vorige week, toen ik met mijn zoon in zijn nieuwe onderkomen was aangekomen, constateren: ‘Je bent nu echt in Parijs’. Hij keek me verbaasd aan en ik legde hem uit dat het die specifieke geur in een Parijs’ appartement was die mij vijfenveertig jaar geleden was opgevallen en mij altijd is bijgebleven. En opeens had ik weer dezelfde behoefte als toen om Parijs te ontdekken en er niet alleen maar, zoals de afgelopen twintig jaar, op doorreis te zijn, of  voor die ene expositie. Nee, gewoon doelloos door Parijs dwalen. En zo ben ik drie dagen lang te voet, per bus, tram of, als het echt niet anders kon, per metro kris-kras door die stad gezworven. En echt, Parijs is daar nog steeds een ideale stad voor.

Plaats een reactie