93 dagen

De komende drie maanden zijn voor mij puur geluk. Op 22 april vinden namelijk de Franse presidentsverkiezingen plaats. Dat lijkt op het eerste gezicht niet een reden om iemand in een staat van euforie te brengen. En sinds ik in Frankrijk woon, is dat om die reden ook nog nooit gebeurd. Ik heb de verkiezingscampagnes van 1995, 2002 en 2007 van nabij gevolgd. Nou ja, van nabij, vanuit Frakrijk. Ik heb in de buurt van mijn woonplaats nooit een presidentskandidaat zien langskomen, behalve Arlette Laguiller van Lutte Ouvrière, maar dat was geen echte kandidaat, dat was een Trotskiste die de arbeiders op hun historische opdracht wees. Het heeft niet geholpen. We zijn verder dan ooit verwijderd van de linkse revolutie.
In 1995 heb ik de strijd tussen Chirac en Jospin meegemaakt. Daarvan was alleen het voorspel interessant, namelijk de manier waarop Chirac het klaarspeelde om zijn partijgenoot Edouard Balladur uit te schakelen. Daarna was het een gelopen race. Jospin was in de strijd gekomen doordat ex-Europese Commissie baas Jacques Delors van zijn kandidatuur afzag. Voor mij was Jospin op dat moment een volslagen onbekende figuur. Hij scheen minister van Onderwijs geweest te zijn en was op dat moment eerste secretaris van de Parti Socialiste. In 2002 was het diezelfde Jospin die opnieuw in het strijdperk trad tegen diezelfde Jacques Chirac. Inmiddels was Jospin vijf jaar premier geweest onder de rechtse Chirac en had op zeer kundige wijze onder lastige omstandigheden een progressief beleid neergezet. Dat leek dus ook een gelopen race te gaan worden. Ware het niet dat alle linkse splinterpartijtjes zonodig met hun eigen presidentskandidaat moesten komen en op die manier Jospin beroofden van de nodige stemmen om in de tweede ronde te komen. In plaats van hem mocht Jean-Marie LePen het tegen Chirac opnemen. Dat is een zodanig traumatische ervaring geweest dat het welhaast onmogelijk is dat zo’n drama zich de komende tijd zal herhalen. In 2007 waren de socialisten zo dom om Ségolène Royale als hun kandidaat te kiezen. Als ze toen Dominique Strauss-Kahn hadden gekozen, had die de strijd van Sarkozy gewonnen en had hij bovendien niet in een New-Yorks hotel de strapatsen uit kunnen halen die hem later noodlottig zijn geworden. Een typische win-win situatie dus. Bovendien was zijn vrouw, Anne Sinclair, een veel leukere first lady geweest als die muis van een Bruni. Dit laatste heeft niets met sexisme te maken. Anne Sinclair heeft gewoon duizend keer meer te melden dan Carla Bruni.
Conclusie: er viel dus weinig te lachen, die afgelopen drie keer. Dat was in 1988 wel anders toen François Mitterand de vloer aanveegde met Chirac. Maar nu wordt het allemaal nog veel leuker. Na bijna vijf jaar ergernis over president Sarkozy, kan ik nu eindelijk om hem lachen. Waarom? Omdat hij vanaf mei geen president meer is, dat zelf ook heel goed weet, maar voortdurend de schijn ophoudt dat hij gelooft, nee weet, dat de Fransen hem opnieuw tot hun leider gaan uitverkiezen. Met die wetenschap wordt alles wat Sarko doet en zegt ontzettend komisch. Kon ik mij tot voor kort mateloos opwinden over de manier waarop hij ons toespreekt als een klasje debiele kleuters, nu lig ik dubbel van het lachen om deze fantastische persiflage van zichzelf. Hij is even leuk als Groucho Marx, op wie hij trouwens ook heel veel lijkt: een klein gewichtig doenerig mannetje dat veel te grote stappen neemt. Dit laatste mag ook in figuurlijke zin begrepen worden: hij loopt voortdurend een veel te grote broek op te houden. Nee, voor mij kunnen ze niet meer stuk, die komende 93 dagen, wetend dat Sarko zijn publieke optredens de komende tijd gaat verveelvoudigen. Dat wordt genieten. Dat is iedere avond Laurel en Hardy plus de Marx brothers. O, of het resultaat van die verkiezingen er voor mij nog toe doet? Ja jeetje, daar vraag je me wat. François Hollande, de kandidaat van de Parti Socialiste gaat het dus worden. Dat is iemand waar ik niet warm of koud van word. Hij heeft niet de daadkracht en de helderheid van een Lionel Jospin, maar het zal met hem ongetwijfeld een stuk beter gaan dan met Sarko. De grote vraag is alleen tegen wie hij het in de tweede ronde moet opnemen. Ik gooi er nu een gewaagde prognose tegenaan: dat wordt de zelfverklaarde centrum-kandidaat François Bayrou. Sarko blijft in de eerste ronde steken op ongeveer hetzelfde percentage als Marine LePen, die de extreem rechtse boodschap beter weet uit te dragen dan haar vader. Daar wordt ik daarentegen helemaal niet vrolijk van.

P.S.: Ik had het fout. Sarko kwam toch in de tweede ronde. En als die geen twee maar drie weken had geduurd, had hij waarschijnlijk nog gewonnen ook.

 

Plaats een reactie