Ontheffing

Omdat ik een aantal weken elders ben waardoor ik niet kan zagen, timmeren, wandelen en fietsen, doe ik dingen waarvoor ik anders geen tijd heb. Zodoende vond ik een column van een paar jaar geleden die ik nooit op mijn blog had gezet. Blijkbaar vergeten.

‘En, zijn jullie helemaal geïntegreerd?’, werd mij gevraagd door iemand die een groot deel van zijn jeugd op het Franse platteland had gewoond. ‘O, helemaal’, riep ik uit. Hij begreep de ironie van mijn reactie. ‘Nou ja, geaccepteerd door de Fransen’, maakte hij er snel van. ‘Ja hoor, geaccepteerd als buitenlander’, antwoordde ik. Hij begreep wat ik bedoelde. ‘Je blijft altijd een buitenstaander, hè? Zelfs als Parijzenaar.’ De waarheid is dat je vooral als Parijzenaar een buitenstaander blijft, volgens het principe dat wat een beetje afwijkt heviger gewantrouwd moet worden dan wat heel anders is. Een principe dat vooral binnen beginselvaste stromingen gehanteerd wordt, of die nu religieus of politiek zijn. In die zin is het Franse platteland ook heel beginselvast: zoals het was, was het beter. En vroeger had je geen buitenlanders, dus dat is beter. Natuurlijk zijn er gradaties: wij zijn geen Roemenen. Maar toch horen we er eigenlijk niet thuis. We mogen best op het dorpsfeest komen, maar niemand zou ons missen als we weg bleven. Leuk hoor, dat die buitenlanders die oude huisjes opknappen, maar niemand zou het erg vinden als ze van ellende in elkaar stortten. Het duidelijkst merk je dat misschien op school. Ik moet het eerste buitenlandse kind nog tegenkomen dat een onbezorgde tijd op zijn Franse plattelandsschooltje heeft gehad. Als buitenlander word je daar per definitie gepest. Onze zoon koos er dan ook voor om na zijn negen jaren lagere school en collège (onderbouw middelbare school) naar een lycée (bovenbouw) te gaan dat in een stad lag. Niet het provinciestadje in de buurt, nee, een echte stad. Alleen, dat gaat in Frankrijk niet zomaar. Iedere openbare school heeft zijn eigen verzorgingsgebied. Is er in jouw dorp een dorpsschooltje, dan ben je gehouden je kind daarheen te sturen ook al vind je dat de onderwijzeres incompetent is. De enige uitweg is een particuliere – lees katholieke – school, maar die zijn er meestal niet in de dorpen, nog afgezien of je je kind daar wel heen wilt sturen. Of een dérogation (ontheffing). Het krijgen van dérogations is in Frankrijk voor ouders van schoolgaande kinderen een nationale sport. Die kun je bijvoorbeeld krijgen door je kind administratief bij zijn grootouders onder te brengen die misschien in een wijk wonen waar een betere school is. Voor ouders in het 16e arrondissement in Parijs doet zich dat probleem niet voor. Die kunnen hun kinderen gewoon naar het Lycée Henri IV sturen, één van de meest gerenommeerde lycées van het land. Je kunt er ook voor kiezen als ouders van een absoluut onmuzikaal kind en wonend in een mindere wijk je kind naar een school te sturen waar muziek een examenvak is en die toevallig niet in een achterstandswijk ligt. Zo zijn er nog een heleboel trucs om de vermaledijde carte scolaire te omzeilen. Wij waren van dat alles niet op de hoogte toen wij jaren geleden op goed geluk een afspraak maakten met de proviseur (rector) van een lycée in een middelgrote stad. Ze deden op die school veel aan beeldende kunst en dat trok ons wel. Tijdens het gesprek met de rector kwam de belangrijkste motivatie voor een school in de stad al gauw boven tafel. De rector bleek een en al begrip. ‘Ze pesten je omdat je buitenlander bent? Ik ken dat, ik ben dat ook ontvlucht. Ik kwam uit de Elzas en had een Duitsklinkende naam, dus ik was altijd de sale boche, de rotmof.’ Wij vertelden die ervaring aan Franse kennissen van wie de man een overduidelijk Duitse naam heeft. ‘Heb jij dat nooit gehad, dat ze je voor rotmof uitscholden?’ ‘Nee hoor’, luidde het opgewekte antwoord. ‘Ik was gewoon die klerejood.’
Maar onze zoon kreeg zijn dérogation en werd op zijn lycée niet gepest of uitgescholden.

Plaats een reactie