Eind jaren tachtig. Ik woon in Brussel een vergadering bij van een Europese NGO. Voertaal Engels. De deelnemers worden toegesproken door de Nederlandse directeur van die NGO. Hij vertelt over een bijeenkomst die hij heeft bezocht en over de informatie die hij daar heeft opgedaan. En dan: “I want to share this information with you”. Tja, denk ik dan, hoe doe je dat, informatie delen. In stukjes hakken en iedereen een of twee woorden geven? Ik kon toen nog niet bevroeden dat dit gruwelijke amerikanisme jaren later gemeengoed zou worden in onze al te receptieve taal.¹ Volgens de Van Dale betekent delen: 1. in delen splitsen 2. verdelen, elk zijn zijn aandeel geven 3. erven (maar dat komt niet in heel Nederland in die betekenis voor) 4. uit een getal en een gegeven factor de andere factor vinden (zes gedeeld door drie is twee) 5. instemmen met (een gevoelen, een mening delen). Die laatste betekenis komt een beetje in de richting van het delen van informatie, maar gedeelde smart is halve smart is toch wel heel iets anders dan met iemand een paper delen (nietje eruit en hier heb jij de andere helft?) en een mening met iemand delen, betekent helemaal niet dat je die iemand jouw mening geeft, maar dat je dezelfde mening bent toegedaan. Soms benijd ik de Fransen, die een instituut hebben dat over de zuiverheid van de taal waakt (de Académie Française) maar meestal kan die de agressieve Amerikaanse import toch niet tegenhouden. Langzamerhand wordt numérique ingehaald door digital, is de courriel vrijwel volledig vervangen door mail of mèl, maar de octet houdt stand tegen de byte. Dat laatste komt waarschijnlijk doordat, wanneer je byte op zijn Frans uitspreekt, dat zoveel wil zeggen als lul.
Toen ik voor het eerst iemand hoorde zeggen dat iets dierbaar was, dacht ik dat het een verspreking was. Iets is me/je/hem dierbaar, toch? Dierbaar is toch geen eigenschap? Dit is een dierbare auto, wauw! Dat kan toch niet? Een auto kan je dierbaar zijn, maar dat is omdat jij er een bepaalde waarde aan hecht, niet omdat het een objectieve kwaliteit van die auto is. Als het woord dierbaar in die mijns inziens verkeerde betekenis wordt gebruikt is dat vaak samen met woordje zo: Zó dierbaar. Ook vanuit het angelsaksische spraakgebruik binnengeslopen. Soort van hinderlijk.
En zo kan ik nog wel even doorgaan met wat in modern Nederlands jeukwoorden heet. Het probleem met neologismen als jeukwoord is dat, als je ze maar vaak genoeg hoort, ze zelf ook weer jeukwoorden worden. Het Drosteblikeffect. Trouwens ook vaak genoeg misbruikt om als jeukwoord aangeduid te kunnen worden.
Als ik anderen deelgenoot maak² van dit soort ergernissen, krijg ik doorgaans te horen
a) dat ik niet zo moet zeuren,
b) dat een taal een levend iets is, dat in de loop van de geschiedenis ingrijpend is veranderd en dat ook altijd zal blijven doen.
Dat laatste argument trek ik me wel aan. Ik voel weinig voor herinvoering van het Latijn als lingua franca. Dat lijkt me meer iets voor het partijprogramma van Thierry Baudet. Het Engels staat stijf van de Franse leenwoorden, het Nederlands heeft er ook niet weinig. Alleen al in dit stukje staan er vermoedelijk enige tientallen. Ik vind ook helemaal niet dat de Nederlandse Taalunie allemaal woorden had moeten uitvinden voor nieuwe verschijnselen of zaken. Computer, digitaal? Mij best. Zelfs met de laptop en de smartphone kan ik uit de voeten. Daar nieuwe termen voor bedenken heeft al gauw iets potsierlijks. Maar als het overnemen van woorden en uitdrukkingen het gevolg is van luiheid om te bedenken wat het Nederlandse equivalent is of van duurdoenerij (sale, impact, audit, stakeholder, adresseren van issues), dan gaan mijn haren overeind staan. Met zulke woorden in de mond zou ik nog niet dood gezien willen worden. Dat is dan wel een behoorlijk anglicisme, maar het blijft een leuke uitdrukking.
P.S.: Ik heb dit verhaaltje gedeeld met mijn echtgenote. Haar reactie was: Zit niet zo te zeuren.
¹ In de NRC van vandaag 16/07/2020 lees ik: “COA en politie delen privacygevoelige data van asielzoekers” en dat wil zeggen dat de COA persoonlijke gegevens aan de politie doorgeeft.
² Bruikbaar alternatief voor het verkeerde gebruik van het werkwoord delen.
Een van de gekke dingen vind ik dat je die uitdrukkingen op den duur toch gaat overnemen. Doei!! Drie keer niks!!! Fijne dag! Ze rollen moeiteloos uit mijn mond. Hoe gaat het met jullie en met Serge en familie? Wel erg lastig dat jullie niet meer heen en weer kunnen hoppen. Ze zullen jullie aanwezigheid en steun verschrikkelijk missen.Wij zijn aan het wandelen vlak over de Duitse grens. Wel echt vakantie. Heel prettig. Veel liefs ook voor Jacq Rrinekevandaalen.nl0031624770370
LikeLike
Ja, Ton, ergernissen…
Ik dacht ook: waar je je maar druk over wilt maken, in de zin van: hou toch op.
Maar ik bedacht me wel dat ik vaak even hik, struikel, val, over grammaticaal rammelend Nederlands, soms zelfs geschreven! Uiteraard vooral gesproken. Een hik, hoor, niet meer dan dat. Vaak gevolgd door de gedachte: horen anderen ook dat dit fout is of wordt dit aangenomen als zijnde correct Nederlands? Heel snel, hè, die gedachte, en dan vervolg ik, met lichte verbluffing in het brein, mijn dag. Misschien dat ik ietwat snel grap, naar de kinderen toe die ik taalvautjes hoor maken, met een manipulerende, corrigerende, belerende ondertoon, die sterk riekt naar geërgerd zijn, maar dat is zelden. Okay, omdat zij over het geheel genomen heel goed geconstrueerde taal bezigen (vooral de jongste, die lult je de oren van de kop (hey, bespeur ik daar ergernis?)). Maar ik bedoel maar, Ton. Hou toch op. Interpunctie dan. Nee, nee, hou toch op, Sas! Ik maak me liever ergens anders druk om. Nee, nee, Sas: ik maak me liever niet druk. Daar hou ik ’t graag bij.
Fijne dag, Ton, vette knipoog Dikke kus, met liefs,
Sas
LikeLike