Gebiologeerd volg ik het nieuws rond de Franse parlementsverkiezingen. Vijf jaar woon ik al niet meer in Frankrijk, maar de politiek in dat land boeit me oneindig veel meer dan de Nederlandse. Dat heeft niets met het democratische gehalte van die politiek te maken, noch met de kwaliteit van het politieke debat. Het is vooral het theatrale, de dramatiek. Alsof je naar een Griekse tragedie aan het kijken bent. Dat alles dik onderstreept door de politieke commentatoren die er niet genoeg van lijken te krijgen om de sinds afgelopen zondag ontstane situatie als nog nooit vertoond, ongehoord en als een nachtmerrie voor de president te karakteriseren. Er zal sprake zijn van een totale verlamming van het parlement. En dan gaat het over een situatie die binnen het Nederlandse systeem als comfortabel zou gelden. Ga maar na: een regeringspartij die 42% van de zetels in de kamer heeft en die te maken krijgt met een oppositie van klassiek rechts (11% van de zetels), een links samenwerkingsverband (24%) en extreem rechts (15%). Een coalitie is zo goed als uitgesloten, maar per onderwerp zouden er onderhandelingen gevoerd moeten worden met minstens een van de oppositiepartijen om een meerderheid te krijgen. Een van de politieke commentatoren merkte na het bekend worden van de uitslagen droogjes op dat Frankrijk van een presidentiële naar een parlementaire democratie zal opschuiven. Dat lijkt logisch, maar is dat iets minder voor de Franse politici. Wie wel eens een zitting van de Franse Assemblée (de Tweede Kamer) heeft gezien zal vermoedelijk net zo als ik ontsteld zijn geraakt van het niveau van het politieke debat aldaar. De minister houdt zijn betoog en probeert boven het geschreeuw en gejoel van de oppositie uit te komen. Een aanfluiting voor de democratie denk je dan, maar voor de Fransen een vertrouwd schouwspel. Dan is het niet zo vreemd dat slechts 46% van de stemgerechtigden de dringende behoefte heeft gevoeld om naar het stemhokje te komen, waarvan nog eens 5,5% blanco heeft gestemd. Misschien een beetje kort door de bocht, maar je zou dus kunnen zeggen dat het huidige politieke systeem maar door 40% van de bevolking onderschreven wordt. Maar eigenlijk zelfs die niet, want die hebben er afgelopen zondag voor gezorgd dat de Franse politiek op de schop zal moeten. In het oude normaal kende Frankrijk feitelijk een tweepartijenstelsel. Je had de Parti Socialiste (PS) en klassiek rechts waarvan de partij voortdurend van naam veranderde. En het was bijna altijd een van deze twee partijen die een absolute meerderheid in het parlement had. Het kwam wel eens voor dat de parlementaire meerderheid niet dezelfde kleur als de president had. Dan brak er een periode van ‘cohabitation’ aan met bijvoorbeeld een rechtse president en een linkse regering. Een nachtmerrie voor de president die opeens niet meer over een regering en parlement van ja-knikkers beschikt, maar vaak een weldaad voor het land. Het verging Frankrijk zelden zo goed als onder de regering Jospin (PS) tijdens het presidentschap van Jacques Chirac (RPR, rechts).
Bezien vanuit een land als Nederland dat uitsluitend coalitieregeringen kent en zelfs een proces van tien maanden om een werkbare parlementaire meerderheid te krijgen, zou je je kunnen afvragen ‘Où est le problème?’ Maar dat is buiten de politieke traditie van het land gerekend. En vooral buiten de hartstochten waarmee die politiek bedreven wordt. Frankrijk gaat spannende tijden tegemoet met ongetwijfeld heel wat broeder-, zuster- en vadermoorden. Zo heeft oud-president Sarkozy als een ware Brutus zijn eigen politieke bakermat verraden voor de huidige president Macron. Shakespeare is in de Franse politiek nooit ver weg.