Het generatiedenken

‘Geachte geboortegolf.’ Zo werden wij, eerstejaarsstudenten Politicologie, in 1964 op ons eerste hoorcollege Moderne geschiedenis toegesproken door prof. dr. Frits de Jong Edz. Dus als ik geen babyboomer ben… Jammer dat dat laatste woord het goed-Nederlandse geboortegolf heeft verdrongen, maar dit terzijde. In ieder geval, of het nu over geboortegolf of over babyboom gaat, ben ik toch minstens ervaringsdeskundige en heb op die grond recht van spreken over dat onderwerp.
Philip Huff (geb. 1984) is duidelijk geen molecuultje van de geboortegolf en dat wil hij wel laten weten ook: ‘… de gemiddelde babyboomer zit er veel warmer bij dan de gemiddelde millennial, denkt daarbij voornamelijk aan zichzelf, en schuift de problemen op het gebied van zorg, onderwijs, vergrijzing en huisvesting die hij mede heeft veroorzaakt met een glimlach of nijdig door naar volgende generaties’ (nrc.nl, 29/11/19). Herken ik mij in dit beeld? Als ik wel eens een kop koffie in een grootstedelijk café drink en ik zie daar overduidelijke millennials uitgebreide lunches weghappen, denk ik ‘Goh, dat is toch wel heel anders dan toen ik in de jaren zestig misschien wel eens een gevulde koek naast mijn koffie in de universiteitskoffiekamer durfde te nemen.’ Later, toen ik een heus salaris verdiende, ging ik wel eens tussen de middag naar een koffiehuis in de Kerkstraat waar ik – o schandelijke luxe – een broodje warm vlees bestelde dat ik dan in de atmosfeer van formica tafeltjes en natte winterjassen met smaak oppeuzelde. Maar nu moet ik mij schamen dat de gemiddelde babyboomer er veel warmer bij zit dan die tobberige millennial die al lunchend alle door ons veroorzaakte problemen met zijn glaasje witte wijn of Belgisch speciaalbiertje moet doorspoelen. Ik geef toe dat ik van de millennial nu een even grote karikatuur maak als Huff van de boomers. Ik zie ook wel dat het niet lollig is om met een kolossale studieschuld als kapitaal de woningmarkt te betreden. Ik betrok in 1968 op 22-jarige leeftijd een alleraardigst woninkje in een prettige buurt vlakbij de veelbeschimpte grachtengordel voor zegge en schrijve fl 53,40 per maand. Laat dat nu ongeveer 115 € zijn, zelfs voor het drievoudige is dat woninkje niet meer te huur. Sterker nog, zulke woninkjes zijn er helemaal niet meer, want inmiddels verbouwd tot peperdure appartementen. Een studieschuld heb ik nooit opgebouwd. In de eerste plaats was studeren in die tijd spotgoedkoop en de kamerhuur varieerde omgerekend ruwweg tussen de 100 en de 200 Euro. Als je ouders dat niet konden of wilden betalen, kon je met een part-time baantje nog wel rondkomen. Mijn ouders betaalden mij tussen de vijf- en zeshonderd Euro en daar kon ik het aardig mee redden. Ik was wel jaloers op de beursstudenten want die kregen aanzienlijk meer. Na een paar jaar studie wilde ik geen geld meer van mijn ouders aannemen en ben toen een echte werkstudent geworden. Dat heeft mijn studieduur aanzienlijk verlengd. Uiteindelijk ben ik pas in 1978 afgestudeerd – ik had toen al jarenlang een goedbetaalde baan – samen met wat beschouwd wordt als de laatste rimpeling van de geboortegolf. Op dat moment was in mijn studierichting (sociologie) in Amsterdam de gezamenlijke afstudeerceremonie afgeschaft omdat de versafgestudeerden veelal per direct de uitkering ingingen, wat niet direct een reden voor feestvreugde was. Wat wel gebeurde was dat het hoofd van het Sociologisch Instituut mij bij het overhandigen van de bul bijna verlegen vroeg of ik misschien enig perspectief op een baan had. Toen ik hem vertelde dat ik a) al een baan had en dat ik die b) binnenkort ging verlaten omdat ik een leukere baan had gevonden, sprong hij bijna een gat in de lucht. Eindelijk weer een nieuwe drs die ook nog aan de slag kan. Om te zeggen dat het cliché dat wij babyboomers het maar gemakkelijk hadden omdat de banen voor ons immers voor het oprapen lagen, gewoon niet klopt.
Maar niettemin zitten we er nu warmpjes bij vergeleken bij de millennials. Vindt Huff. Maar hoezo? De boomers zijn pensioengerechtigd, maar geeft ze dat allemaal het echte Zwitserleven gevoel? De VUT, die werknemers in staat stelde op hun zestigste op hun lauweren te gaan rusten werd afgeschaft in 2005, het jaar dat de eerste boomers zich voor die regeling konden gaan aanmelden. Een jaar eerder al schafte het ABP de regeling af waarbij pensioengerechtigden 80% van het laatstverdiende inkomen kregen. En was het zo dat de hele generatie geboortegolf arbeidscontracten voor onbepaalde duur – de zogeheten vaste aanstelling – kreeg? Nee hoor. Het stierf van de mensen die arbeidscontracten voor bepaalde tijd aaneenregen met alle onzekerheid van dien. En waren de pensioenrechten overal prima geregeld? Ik heb in de jaren zeventig en tachtig bij verschillende instellingen in de zorg en welzijn sector gewerkt waar nog geen collectieve pensioenvoorziening was. Dus goed geregeld dat pensioen van mij? Maar wij boomers waren deels optimistisch gestemd. Onze ouders wisten altijd zo opwekkend te zeggen: ‘Kijk maar uit jij, jij hebt de crisis c.q. oorlog niet meegemaakt.’ Daar zat wat in. Wij wisten dat al die individuele verzekeringen die onze ouders voor ons hadden afgesloten uiteindelijk niet veel meer waard waren dan het papier waarop ze geschreven waren. Dus misschien gingen wij wat al te nonchalant met onze toekomst om: het kon toch alleen maar beter worden? En zo nodig zou de revolutie definitief een einde maken aan al dit soort triviale zaken. Dus om nu te zeggen dat wij onze schaapjes allemaal keurig op het droge hebben …
De enige reden die ik kan bedenken waarom de millennials zieliger zijn dan de boomers is de woningmarkt. Hoewel. Hoeveel zieliger is iemand die geen huis kan kopen omdat de bank je geen hypotheek geeft dan diegene die een torenhoge hypotheek met dito rente over een overgewaardeerd huis heeft moeten afsluiten?
Veel babyboomers hebben millennial kinderen (wij waren ook de generatie die het dogma kinderen krijg je voor je dertigste afschafte). Moeten wij ons verontschuldigen naar onze kinderen dat wij er zo op los hebben geleefd en niet aan hen hebben gedacht? Mij lijkt dat er maar één conclusie mogelijk is: het denken in generaties die ergens al of niet voor verantwoordelijk zijn, is onzinnig. Is de generatie van na de eerste Wereldoorlog verantwoordelijk voor de Tweede Wereldoorlog? Dat lijkt me een geschiedenisopvatting waarmee mijn prof. Frits de Jong het niet eens zou zijn geweest.