Thuis

Sinds ik bezig ben in Nederland te gaan wonen en nog meer sinds ik dat ook feitelijk doe, ben ik gebiologeerd geraakt door de verschillen tussen Nederland en mijn vorige thuisland, Frankrijk. En niet alleen dat. Ik ben er vooral door geschokt geraakt dat die Nederlanders accepteren wat ze allemaal aangedaan wordt. Het is mij altijd opgevallen dat de gemiddelde Nederlander een zelfbeeld heeft van open, eerlijk, kritisch, eigenwijs en vooral ook van deze tijd te zijn. En natuurlijk argwanend tegenover ieder gezag. De Nederlander accepteert niets alleen om het feit dat het van hogerop komt. Alles wordt op zijn merites bekeken en pas als we het na jarenlang gepolder over de beste oplossing eens zijn wordt er iets besloten. Ja toch? Nou nee dus. Als ik zie wat er in de drieëntwintig jaar van mijn afwezigheid allemaal veranderd is, dan vraag ik mij af waar de massale protesten waren en op welke manier die de kop ingedrukt zijn. Voor een zodanige omvorming van de maatschappij zou in Frankrijk een vermoedelijk bloedige revolutie nodig zijn. Mijn eerlijke en kritische Nederlander zal daarop waarschijnlijk reageren met de opmerking dat het dus ook geen wonder is dat Frankrijk in de onweerstaanbare en glorieuze opmars van de neoliberale hyperconcurrentiële laatkapitalistische gedigitaliseerde samenleving hopeloos achteraan hobbelt. De Fransen daarentegen zijn gek op de uitdrukking ‘la fuite en avant’, het vooruit vluchten, en zullen het in Nederland ontwikkelde samenlevingsmodel enigszins meewarig als zodanig beschouwen. Het conservatisme van de Fransen wordt regelmatig door Franse politici aangevoerd als oorzaak van eigen falen. Maar een beetje waar is het wel en ik vraag me steeds vaker af of dat wel zo erg is.
Ik heb de afgelopen tijd veel te maken gehad met zowel Franse als de Nederlandse gezondheidszorg. De financiering van die gezondheidszorg in beide landen is totaal verschillend. De kern van het Franse systeem is een volksverzekering die voor iedereen geldt, rijk en arm, jong en oud, werkend en werkloos, het maakt niet uit, iedereen heeft een basisdekking waarvoor de premie inkomensafhankelijk is. Een van de aardige dingen van het systeem is (in tegenstelling tot de National Health Service in het Verenigd Koninkrijk) dat de maatschappelijke steun ervoor totaal is. De “Sécu” ter discussie stellen zou voor een politicus politieke zelfmoord zijn. En volgens mij komt dat voor een belangrijk deel doordat het systeem de individuele verantwoordelijkheid van de patiënt intact laat. Op straffe van een lagere teruggaaf ben je verplicht een huisarts te kiezen, maar in die keuze ben je volstrekt vrij. Net zo goed als in de keuze van specialist, kliniek of ziekenhuis. Als ik in Frankrijk bloed laat prikken, een echo of een scan laat maken, wordt mij bij de receptie gevraagd of ik de resultaten op kom halen, per post wil ontvangen of op internet wil raadplegen. Hier wordt mij bij de receptie niets gevraagd. Ik krijg een barcode uit een machine, die ik op een andere plek langs een venstertje moet halen om opgeroepen te worden. Als ik de laborante vraag hoe ik aan de uitslag kom, hoor ik dat ik die bij de huisarts moet opvragen. En als ik dat niet doe? Dan krijgt u niets. En als er iets niet goed is? Dan mag u er op rekenen dat de huisarts u waarschuwt en nu moet u weg want de volgende staat al op me te wachten. En dat terwijl ik in Frankrijk altijd leuke gesprekjes met de priksters had. Nee, hier zul je merken dat iedere minuut geld kost en dat dat belangrijker is dan wat basaal menselijk contact. Maar wat ik erger vind, is dat ik, de patiënt, niet voor vol wordt aangezien. Er worden medische gegevens over mij verzameld waarvan ik mijzelf als eerste rechthebbende zie. Het Nederlandse gezondheidswezen denkt daar anders over. De resultaten gaan naar mijn huisarts en het is aan hem/haar te beoordelen of ik daar wel of niet over ingelicht moet worden. Nu kan ik inderdaad geen echo’s, scans of röntgenfoto’s interpreteren, maar ik kan aan allerlei bloedwaarden verdomd goed zien of ze te hoog of te laag zijn. En ik vind het ook erg prettig dat ik die onder ogen krijg voordat ik een gesprek met een arts heb. Ik krijg tenslotte ook graag de agenda van een vergadering vooraf te zien. Twee reacties uit de Nederlandse medische stand: ‘Meneer, u weet niet wat voor ellende dat geeft, die mensen die vooraf alles al op internet hebben uitgezocht.’ En ‘Ja, ù bent verstandig, ù weet hoe u daarmee om moet gaan, maar er zijn ook mensen die dat helemaal niet kunnen.’ Was het niet een van de eerste lessen uit de pedagogie dat mensen zich pas mondig kunnen gedragen als ze daar de gelegenheid toe krijgen?
Er wordt ons regelmatig gevraagd of wij Frankrijk niet missen. Aanvankelijk haalde ik mijn schouders daarover op. Waarom zou ik Frankrijk missen? Sinds wij ons acht maanden geleden in Nederland vestigden, zijn we drie keer naar Frankrijk teruggeweest voor een totale tijdsduur van ruim vier maanden. Van de resterende kleine vier maanden waren we een maand in Brazilië, dus wat valt er nu helemaal te missen? Daarbij komt dat ik dankzij de zegeningen van de internetradio regelmatig naar mijn favoriete Franse radiostations kan luisteren, ik dankzij TV5 om half negen het acht uur journaal van France 2 kan bekijken en dat ik dankzij een vreemd tariefsysteem voor een prik Le Monde kan blijven lezen. En toch. Een paar weken geleden waren we weer even in ons Franse land terug. De opluchting om weer overal om je heen Frans te horen praten, tussen de middag een menu du jour te kunnen nemen in die typische roezemoes-ambiance van een Frans restaurant waaruit klokslag twee iedereen weer verdwenen is, in de supermarkt precies de weg te weten, wat me hier in Nederland nog steeds niet gelukt is, dat en nog veel meer dingen maakt dat ik me in Frankrijk thuis voel en hier nog steeds iets onwennigs heb. Niet onplezierig, maar anders en zeker niet thuis. Tenzij je thuis definieert, zoals ik laatst op een affiche zag, als daar waar mijn boeken zijn. Want dan ben ik godzijdank weer helemaal thuis.