Mongolië

Voor het eerst in de nu bijna twintig jaar dat ik inmiddels in Frankrijk woon, krijg ik de laatste tijd het onaangename gevoel dat ik dit land niet zo goed meer begrijp. Met het land bedoel ik natuurlijk de mensen in het land en het soort atmosfeer dat ze met zijn allen genereren. In mijn beginjaren hier was ik vooral bezig mijn best te doen om erachter te komen hoe de dingen hier in elkaar steken. Ik had het gevoel dat het me redelijk lukte.  En het feit dat ik nooit gezien werd als een gelijkwaardige dorpsgenoot, maar eerder als een curieus soort indringer, tastte mijn geloof in mijn geleidelijke integratie in de Franse samenleving niet aan. Werd er niet net zo vreemd tegen Parijzenaars aangekeken? Nou dan.
Elf jaar geleden kwam de eerste barst in mijn overtuiging dat ik inmiddels het Franse volk aardig begon te begrijpen. Dat was op het moment dat de enig mogelijke toekomstige president van Frankrijk werd uitgeschakeld voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. De socialist Jospin werd verslagen door de zittende president Chirac (bijgenaamd superleugenaar) en de extreem rechtse LePen.  Ik had die dag mijn eerste zeiltochtje met mijn nieuwe boot erop zitten en zat glimmend van trots op mijn navigatiekwaliteiten in de haven van La Rochelle na te genieten toen ik het bericht op de radio hoorde. Dat was zo’n moment dat je het gevoel hebt door een reuzenvuist tegen de grond geslagen te worden. Zo’n moment dat je helemaal groggy voor je uit zit te staren met het gevoel: dit kan niet, dit kan gewoonweg niet, er is ergens een verschrikkelijke fout gemaakt maar die zal straks rechtgezet worden. Nee dus. Veel linkse kiezers waren gaan pretstemmen op doorgaans trotskistische pretkandidaten met het resultaat dat iedereen van tevoren had kunnen uitrekenen maar niemand bedacht had.
Nu is er weer zo’n moment. We hebben inmiddels dan wel die socialistische president. Het is geen Lionel  Jospin, hij heeft er ook in de verste verten niets van weg, maar toch. En die socialistische president doet een aantal dingen die van een linkse president verwacht mogen worden, waaronder het mogelijk maken van het homohuwelijk. En opeens ontdekt een kleine helft van de Fransen dat ze katholiek zijn en, erger nog, dat ze vinden dat de leerstellingen van het Vaticaan geëerbiedigd moeten worden. De hypocrisie is zo enorm dat ik dit in het geheel niet zag aankomen. Vergeleken met de Fransen zijn de Nederlanders trouwe kerkgangers. Er zijn hier drie gelegenheden waarvoor mensen nog naar de kerk gaan en dat zijn geboorte, huwelijk en dood. Voor de rest zijn de huizen Gods leeg en zijn er zelfs niet eens autochtonen meer om er leiding aan te geven. Die worden geïmporteerd uit Afrika. Ik heb deze lippendienst aan het geloof altijd een beetje vreemd gevonden en het als folklore afgedaan. En als zodanig een onschuldig tijdverdrijf. Nou nee dus. Onlangs bracht ik een week in Parijs door om mij onder te dompelen in het grootsteedse culturele leven. Ik had mijn neus nog maar nauwelijks buiten de deur gestoken of ik liep een grote demonstratie van onderwijzend personeel in. Die stonden op de Boulevard du Montparnasse boos te zijn  op de minister die nou juist allemaal dingen doet waar ze al jarenlang om gevraagd hebben. Dus helemaal begrijpen doe ik ze niet die docenten en onderwijzers. Even later loop ik nietsvermoedend in de Rue Notre Dame des Champs tegen een processie op. Heel even dacht ik, niet op de hoogte van de kerkelijke kalender, dat er iets rondom de maagd gevierd werd. Maar nee, onder leiding van zwartrokken en witjurken werd er gedemonstreerd tegen het homohuwelijk. En niet zomaar gedemonstreerd: iedere vijf minuten zakte de demonstratie door de knieën en ging in gebed. Om dan de weg weer te vervolgen ‘heilige Maria vol van genade’ galmend. Het was een bizar en tamelijk angstaanjagend schouwspel. Als om te onderstrepen dat het hen niet alleen maar om het homohuwelijk maar wel degelijk om homofilie in het algemeen ging, liep een groot gedeelte met borden waarop ‘Non à la homofolie’(weg met de homogekte) te lezen stond. Een beetje ontdaan ben ik naar het nabijgelegen Zadkine-museum gelopen. Daar stond in de tuin een voorstudie van de Verwoeste Stad. Ik vond dat in dit verband wel een toepasselijk beeld.
De mate van hysterie die er hier rond het homohuwelijk is ontstaan, doet mij beseffen dat ik uiteindelijk na die twintig jaar bitter weinig van dit land begrijp. Maar van Nederland ook niet meer. Vreemd is dat: twee landen waarin ik me thuis voel, maar als het aankomt op dat fingerspitzengefühl, dat kunnen opsnuiven van wat er leeft, dan kun je me waarschijnlijk net zo goed in Mongolië neerzetten.