Een gedenkwaardige dag

Vanochtend werd ik om kwart voor acht wakker. Een heel normale tijd voor mijn doen. Dat zag ik op het digitale schermpje van de radio. Ik vond het stil buiten en vroeg me af of dat kwam door de alarmerende berichten over de Britse virusvariant. Zouden mensen besloten hebben om toch maar weer thuis te gaan werken? Mijn echt- en bedgenote vroeg zich af wat deze dag ons zou gaan brengen. Dat sloeg natuurlijk op de inauguratie van de Amerikaanse president onder bizarre omstandigheden. Ik ging naar beneden en deed zoals gebruikelijk meteen de radio aan. Die staat meestal afgestemd op France Inter omdat we weliswaar drie jaar geleden zijn verhuisd van Frankrijk naar Nederland, maar ik dat weiger voor de volle honderd procent onder ogen te zien. Ik heb hier in Zutphen een soort Franse enclave om mij heen gecreëerd. France Inter bracht muziek. Dat vond ik vreemd, want het is een echte nieuws- en informatiezender met weinig muziek en zeker niet om tien voor acht. Tenzij er weer een staking van het omroeppersoneel is en dat komt nogal eens voor. Maar staken op deze gedenkwaardige dag? Vreemd. Dus switchte ik naar NPO1, een zender waarmee ik minder vertrouwd ben, maar dat ze om tien voor acht een herhaling van het zondagochtendprogramma Vroege Vogels uitzenden, kwam mij voor als minstens ongebruikelijk. Dus wierp ik voor alle zekerheid een blik op de klok. Tien voor vier. Verdomme, vergeten op tijd op te winden, maar ach nee de secondewijzer loopt. Nu begon er in mijn brein de gedachte door te dringen dat het misschien mogelijk was dat ik vier uur te vroeg wakker was geworden. Nee toch. En inderdaad, een blik op het klokje van de magnetron leerde mij dat het negen voor vier was. Maar omdat ik toch al in de keuken stond, ben ik gewoon koffie gaan zetten. Even later kon ik mijn totaal slaapdronken echtgenote verblijden met een dampende bak en nog vier uur zalige sluimer. Duidelijk dat dit een gedenkwaardige dag ging worden.

“The Day …”

Don McLean zong ooit “The Day The Music Died”. Gisteren – 6 januari 2021 – hadden we bijna “The Day That The American Democracy Died”. Door de Vietnam-oorlog en veel dat sindsdien gebeurde was het morele tegoed van de VS al niet zo groot meer, hoewel presidenten als Carter en Obama het weer een beetje opgevijzeld hebben. Maar door dit slotstuk op vier jaar Trumpisme gelooft niemand meer in de hoogstaande morele waarden van de grootste democratie. Dat hakt er wel in. Ik bedoel: we leven in een in veel opzichten onveiliger wereld dan pakweg vijftig jaar geleden. In ieder geval realiseren we ons meer hoe onveilig die wereld is. Richard Nixon kon destijds de rit niet uitzitten, maar vijftig jaar later kan een aanzienlijk gevaarlijker gek ongestoord vier jaar de hoofdbewoner van het Witte Huis blijven. Dat doet iets met me. Vijftig jaar geleden geloofde ik stellig in een betere wereld. Dat vertrouwen is inmiddels verdwenen. Ik denk dat ik door dat vertrouwen het soort keuzes in mijn loopbaan kon maken die ik gemaakt heb. Ik vermoed dat, als ik destijds de wereld als fundamenteel onveilig en zelfs vijandig had ervaren, ik veel egoïstischer in mijn keuzes zou zijn geweest. Of veel radicaler. Als er niets te verliezen valt ga je waarschijnlijk eerder voor het grote geld óf de revolutie. Wie gaat er nou in zijn eentje zijn vinger in die dijk houden? Als ik me niet vergis, is dat wat je bij de millenials ziet gebeuren: radicaliseren ter rechterzijde en aan het eigen hachje denken. Solidariteit kunnen we wel aan de ouderen overlaten.
Persoonlijk vind ik dit een angstaanjagende wereld waaruit ik me het liefst zou terugtrekken door een eigen wereldje te creëren. Maar omdat ik twee generaties na mij heb kan ik me er niet helemaal aan onttrekken en maak ik mij ongerust.