Het gedroomde leven

Beste lezers van mijn blog,
Deze keer een heel bijzondere aflevering. Want als je op Een boze fee klikt, krijg je een hoofdstuk uit mijn nog niet voltooide tweede roman te zien. Dat boek gaat Het gedroomde leven heten. En het plaatje hierboven is het soort omslag dat ik voor het boek zou willen.
Dit hoofdstuk zit ongeveer halverwege het boek. Ik heb het uitgekozen om jullie te laten lezen omdat het een omslagpunt in het verhaal is. Ik moet daar bij zeggen dat het misschien een beetje lastig te lezen is. In tegenstelling tot de rest van het boek maak ik hier voortdurend gebruik van perspectiefwisselingen, wat enigszins verwarrend kan werken als je nog niet in het verhaal zit. Bovendien worden er veel gedachten in uitgeschreven en dan niet vanuit de verteller (Pauline schrikt, ze vindt hem bot), maar vanuit de twee hoofdpersonen (Wat is dat nou? Wat is dat voor bot antwoord). Misschien even wennen in het begin.
Ik heb de tekst in pdf-formaat opgeslagen zodat je het eventueel op je tablet kunt zetten. Er zitten een paar sterretjes in de tekst op momenten dat je iets meer moet weten van het voorafgaande. Als je erop klikt, geef ik daar uitleg over.
Ik ben aan de zoveelste revisie van het boek bezig. Daarom ben ik blij met alle commentaar. Als je er iets over zou willen zeggen: neem alsjeblieft geen blad voor je mond. Ik hoor het graag.
Misschien ten overvloede: Iedere overeenkomst met personen of situaties die de lezer bekend voorkomen, berust op louter toeval. Ik meen het.
Veel leesplezier!

Leuk verhaal

Ik wilde het oude jaar uitluiden met een mooi verhaal. Ik had een gehoor van elf personen en dat is voor de niet-geoefende verteller die ik ben toch al heel mooi. Ik had het ooit bij eenzelfde gelegenheid al eens geprobeerd met een Christmas carol van Dickens, maar die zijn toch nog knap lang en je moet al een verteller van formaat zijn om de aandacht van je publiek gedurende zo’n heel verhaal vast te houden. Dat ging ik deze keer anders doen. Ik had een kort en erg grappig verhaal uitgezocht. Ik wist niet dat die tweede omstandigheid een minstens even zo grote valkuil voor de beginnende verteller is. Probeer het zelf maar eens: een heel leuk verhaal aan een paar mensen voorlezen zonder een spier van je gezicht te vertrekken. Daar moet je of een volslagen autist of een begaafd verteller voor zijn. Ik vrees dat ik van beide iets te weinig heb.Voordat ik halverwege was, biggelde de tranen over mijn wangen. Dat bleek de voortgang van het verhaal behoorlijk te hinderen. Ik had geen stem meer – tussen het hikken door kon ik er soms een paar woorden uitpersen – en bovendien zag ik door die tranen niets meer, dus zodra ik mijn stem weer enigszins onder controle had, moest ik eerst omstandig mijn ogen droog vegen. Gaandeweg merkte ik dat mijn gehoor niet om het verhaal lachte, nee, zij lachten als ik probeerde een zoveelste lachbui te onderdrukken, dus nog voordat ik dat grappige stukje had kunnen voorlezen. Kortom, van intermediair tussen de schrijver en zijn gehoor, veranderde ikzelf in een komisch nummer. Dat was niet helemaal wat ik mij van mijn optreden had voorgesteld en deed mij erg denken aan die keer dat ik een iets groter gezelschap zou verrassen met het spelen van een kerstliedje op mijn trompet. Ik had het goed ingestudeerd, dus dat kon niet echt fout gaan. Ik had mijn trompet gestald in een onverwarmd knutselhok naast de zaal waar het gezelschap zat dat onverwachts de heldere tonen van mijn trompetspel zou horen schetteren. Alleen die trompet stond urenlang in dat hok koud te wezen, dus toen ik behoedzaam mijn trompet om de hoek van de deur stak om vervolgens de zoete tonen van een Nu syt wellecome of iets dergelijks ten gehore te brengen, kwam er niet veel meer uit dan een min of meer geslaagde imitatie van het piep-piep-knor dat gedurende een bepaalde periode in de jazz in zwang was. Wat mij doet denken aan die andere keer dat ik … nee laat ik ophouden. Ook voor 2013 neem ik mij voor om een publiek optreden tot een geslaagd eind te brengen. Eens moet het lukken.