Ik heb er een ontmoet!

Gisteren heb ik een antisemiet en holocaust-ontkenner ontmoet. Ik had niet verwacht dat me dat ooit nog zou gebeuren. Naïef misschien. Bij berichten over toenemend antisemitisme zit ik altijd om me heen te kijken. Waar dan? Ik merk er niets van. De laatste keer is al gauw zo’n jaar of twintig geleden. Dat was in de gemeenteraad van Saint Didier sur Arroux. Een van de twaalf raadsleden was een gepensioneerd militair die mij over de mogelijke nieuwe uitbater van het dorpsrestaurant toe siste dat dat niet mocht gebeuren omdat hij gehoord had dat de kandidaat een jood was. Hij werd tijdens de verkiezingen een jaar later niet herkozen. De uitbater kwam er wel, maar bleek  overigens geen jood te zijn.
Inmiddels heb ik Saint Didier alweer ruim drie jaar geleden verlaten en is de ex-militair al jarenlang dood. Hier in Nederland hebben we natuurlijk ook extreem rechtse griezels, maar voor zover georganiseerd in politieke partijen propageren zij geen jodenhaat. Dus de ontmoeting trof mij geheel onvoorbereid. Ik ontmoette de persoon in kwestie op een nieuwjaarsborrel. Dat was niet de eerste keer dat wij elkaar zagen. We spreken elkaar de afgelopen drie jaar met een frequentie van zo’n een à twee keer per jaar.  Vanaf het moment – en dat was tamelijk snel – dat ik in de gaten kreeg dat hij er – vriendelijk gezegd – wat onorthodoxe opvattingen op na hield, waren de gesprekken met hem zoiets als lopen langs de afgrond: eigenlijk wil je weg maar tegelijkertijd word je naar de rand getrokken. Iedere keer liet ik me ertoe verleiden het gesprek een kant op te laten gaan waar allerlei alarmlichten begonnen te knipperen. Met anti-Amerikanisme kun je in deze tijden van Trump natuurlijk alle kanten op, dus daarbij had ik nog niet direct iets in de gaten. Hoewel: de stelligheid waarmee hij Amerikaans ingrijpen in de Arabische wereld veroordeelde ging me iets te ver. Uitspraken dat de bevolking met tirannen als Sadam Hussein en Khadaffi beter af was, zijn inmiddels bon ton, maar toen de Russische steun aan Syrië verdedigd werd met uitspraken als ‘Ik ben een grote fan van Poetin’, begon ik toch serieus tegen te sputteren. Gelukkig hadden we een tijdlang een ander gespreksonderwerp, te weten een operatie die wij allebei ondergaan hadden en over de nasleep waarvan we enige informatie konden uitwisselen.
Maar gisteren was het dus weer zover. We raakten weer aan de praat over de internationale politiek. Hoe we er precies terecht kwamen herinner ik me niet meer, maar op een gegeven moment viel de naam Israel. ‘Illegale staat’, mompelde hij. Ik dacht eerst nog dat hij het over de bezette gebieden had, maar nee, hij had het over de staat Israel op grondgebied dat de joden zich wederrechtelijk zouden hebben toegeëigend. Ik wierp tegen dat, als we zo begonnen zo’n beetje iedere staat illegaal is want altijd veroverd op anderen en dat bovendien de vestiging van de staat Israel gebaseerd was op een toezegging van de toenmalige koloniale mogendheid dat er in Palestina een nationaal tehuis voor het Joodse volk kon komen. Mij gesprekspartner paste vervolgens de tactiek van de vlucht naar voren toe. ‘Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik heb gewoon de pest aan joden’ en bijna in een adem door ‘en trouwens die holocaust is er helemaal nooit geweest. Dat is nooit bewezen. Die gaskamers hebben nooit bestaan.’ Op zo’n moment kun je verschillende dingen doen, maar hoe langer ik er over nadenk, nooit het goede.
Mogelijkheid 1.: Een rationeel antwoord. Je kunt zo’n waanidee  met demografische gegevens weerleggen. Maar dat is gerekend buiten de troebele geesten van aanhangers van complottheorieën. De complotteerders zitten gewoon overal om de feiten te verdraaien.
Mogelijkheid 2.: Goh, dat is fantastisch nieuws! Dus al die ooms en tantes die ik dood waande, leven dus nog? Een leugen om bestwil want ik kom helemaal niet uit een joodse familie.
Mogelijkheid 3.: Persoonlijke betrokkenheid. En mijn vrienden dan die tot de tweede generatie overlevenden behoren? Je kunt het antwoord raden: Precies, overlevenden. Hun ouders zijn toch niet vermoord?
Mogelijkheid 4.: Verslagen van ooggetuigen. Van overlevenden. Ook hier zal het antwoord zijn: Precies, overlevenden. Al die verhalen zijn verzonnen.
Mogelijkheid 5.: Zwijgen en weglopen. Helpt ook niet, maar dan hoef je tenminste niet de morbide gedachtespinsels aan te horen van iemand die in zijn eigen ranzige logica verdwaald is.