De ondergang van het avondland

‘Moeilijke tijden baas.’ Als ik het me goed herinner waren dat de woorden waarmee de droevig uitgezakte hond van Willie Wortel zijn geniale meester toesprak. Dat sprak me destijds erg aan. Op latere leeftijd ontdekte ik Winnie-The-Pooh – in het Engels, zodat ik mij de Nederlandse versie van de namen uit Milne’s meesterwerk nooit eigen heb gemaakt – en voelde ik een onmiddellijke en diepe verbondenheid met Eeyore, de altijd zo treurige ezel. Kon ik maar als hij zijn, dacht ik vaak, en ongestraft mijn zwartgallige visie op de mij omringende wereld uitdragen. In mijn favoriete muziek was het, zo niet noodzakelijk dan toch op zijn minst goed gebruik om regelmatig sad and blue te zijn. En dan had je ook nog van die prachtige films waarin acteurs als James Dean, Anthony Perkins en zelfs Paul Newman van die geweldige losers konden zijn. Dus toen ik zo’n jaar of achttien was had ik mijn wereldbeeld wel ongeveer compleet: down and out, voor minder zou ik het niet doen. Ik kom daarop omdat een gesprekspartner tijdens een geanimeerde tafeldiscussie de Eurocrisis, Fukushima, het bloedig neerslaan van de volksbeweging in Syrië, het dalende geboortecijfer in Europa, de windhoos die over het Pukkelpop festival raasde en nog een paar heftige zaken die ik nu even vergeten ben, samenveegde in de constatering dat er iets helemaal fout aan het gaan is in de wereld. Mijn gloomy roots indachtig had ik dat natuurlijk met een meewarige blik moeten onderschrijven. Maar nee, ik begon meteen te roepen dat dat natuurlijk nergens op sloeg, dat er geen enkel verband bestaat tussen natuurverschijnselen en economische crises en dat de ontwikkelingen in de Arabische wereld toch vooral positief beoordeeld moeten worden. Opeens nam met kracht een overlevingsinstinct bezit van mij. Ik wilde helemaal niet deel uitmaken van een cultuur die zijn langste tijd gehad heeft. Spenglers Untergang des Abendlandes kon mij gestolen worden. Wij kunnen nog een hele tijd mee. Er zit genoeg vitaliteit in deze ‘oude wereld’. Maar wat krijgen we nu? Identificeer ik me opeens met iets waarmee ik me nooit heb willen identificeren? Het rijke westen dat eeuwenlang hele continenten heeft uitgebuit, is dat waar ik uiteindelijk op terugval als de wereld onoverzichtelijk en onbegrijpelijk wordt? God behoede me! Eindelijk kan dat deel van de wereld dat sinds de kruistochten tot perifeer werd gemaakt onze leidende rol over gaan nemen en dan ga ik roepen dat het zo’n vaart niet zal (lees: mag) lopen en dat we het nog best een tijdje kunnen (lees: moeten) uithouden, terwijl ik eigenlijk zou moeten staan juichen om een ontwikkeling die ons een beetje op onze plaats zet. Ik probeer mij voor te stellen wat mijn vroegere helden, de hond van Willie Wortel en Eeyore van dit alles vinden. Voor Eeyore is het duidelijk: ‘Even at the very bottom of the river I didn’t stop to say to myself, “Is this a Hearty Joke, or is it the Merest Accident?” I just floated to the surface, and said to myself, “It’s wet.” If you know what I mean.’ Wat schieten we er mee op met ons af te vragen hoe we op de bodem van de rivier terecht zijn gekomen? Gewoon overleven en constateren dat het nat is. De rest is leuk voor later. Tja, ik weet het nog zo net niet. ‘Moeilijke tijden baas.’

Een goede reden om een film geen tweede keer te zien

Het is helemaal Blow-Up weer. Bomen vol in blad die onder een duister zwerk door de wind alle kanten opgeblazen worden. Dat geeft een geluid dat voor mij al sinds een jaar of vijfenveertig het typische Blow-Up geluid is.
Er zijn van die films die je voor eeuwig bijblijven door één détail, één situatie. Bij mij is Blow-Up van Antonioni blijven hangen door die onbestemde beelden geschoten in een verlaten park waar de wind door de bomen raast en dat heel speciale geluid geeft dat, als ik het in het echt hoor, mij altijd weer aan die film doet herinneren. Of liever gezegd: aan dat ene beeld uit die film. Want van de film zelf herinner ik me niet veel meer. Die heb ik na 1967 ook nooit meer gezien. Om de een of andere onduidelijke reden zat hij nooit in een van die DVD-boxen met klassieke films die ik bij tientallen heb gekocht. Ik vraag me ernstig af of het zo niet beter is. Er is nu die ene onheilszwangere scène die in mijn geheugen gegrift staat en waardoor zwaaiende en ruisende bomen met donkere wolkenluchten voor mij een extra dimensie hebben gekregen.  Stel dat ik nu opnieuw de film zie en – ik zeg maar wat – hevig geïrriteerd raak door het gedateerde beeld van Londen in de jaren zestig.  Of dat de film als modieus en gemaniëreerd door de mand valt. Zou toch kunnen? Misschien moet ik dat risico maar niet lopen, want ik moet er niet aan denken dat die voor mij nu welhaast mythische scène dan verkruimelt. Dat zou zonde zijn. Dan zou een stukje van de betovering van de wereld verloren gaan. Nee, ik wil die scène graag behouden zoals hij nu vrijwel zonder context door mijn bewustzijn zwerft. Dus die DVD-box waar Blow-Up wel in zit, ga ik niet bestellen. Dat ben ik aan Antonioni en mijzelf verplicht.