Zal ik Sarko missen?

Vier maanden geleden schreef ik dat de komende tijd voor mij puur geluk zou zijn. Meestal ben ik niet sterk in voorspellingen, maar deze is uitgekomen. Ik verwachtte maandenlang te kunnen genieten van de parodie die vertrekkend president Sarkozy van zichzelf maakt, zonder bang te hoeven zijn dat hij onverhoopt toch nog opnieuw gekozen zou worden. Dat ging een tijdlang goed, maar op het laatst bleek hij toch nog tot een flitsende inhaalmanoeuvre in staat. Je ziet dat in hardloopwedstrijden wel eens: zo’n atleet die tegen het eind van de wedstrijd vanuit de middenmoot naar voren komt schieten en dan met schijnbaar groot gemak iedereen achter zich laat. Daar begon het akelig op te lijken en dat maakte de show iets minder leuk, maar tegelijk wel heel spannend. Toen een paar dagen voor de laatste ronde tijdens het ultieme en enige debat de uitdager op punten van de zittende president won, kon ik eindelijk weer gerust ademhalen. Hoewel, je kunt mooi zo’n debat winnen, maar het zijn de kiezers die beslissen. En het volk is … tja, hoe zal ik het zeggen, laten we het voor nu even op onvoorspelbaar houden. Of misschien juist wel voorspelbaar in … uhh laten we zeggen in het laten meewegen van minder rationele overwegingen. Pfff, even het zweet van mijn voorhoofd vegen. Het is gelukt, ik heb niet gezegd dat het volk stom is en belazerd wil worden. Want dat is natuurlijk ook niet zo. Het bewijs is zojuist weer geleverd: het Franse volk heeft een ‘normale’ president gekozen en niet een die voortdurend op onderbuiksentimenten speelt. Maar het was wel op het nippertje! Het is ook heel goed te begrijpen dat Sarkozy de dag zelf dat hij de nucleaire codes aan zijn opvolger had overgedragen, zijn rondjes joggen in het Bois de Boulogne weer opvatte: hij moet zijn conditie opvijzelen om over vijf jaar Hollande te verslaan. Want dat steekt daar natuurlijk achter. Onder de gegeven omstandigheden zou een normale ex-president zijn vrouw zijn gaan troosten die haar paleis heeft moeten verlaten. Maar niet Sarko. Die roept bij de voordeur: ‘Hé Carla, ik ga even trainen in het park. Ik moet die Hollande er de volgende keer uit kunnen lopen.’
Ik vraag me af of ik hem zal gaan missen, Sarkozy. Hij bracht wel kleur in mijn leven, ook al was dat meestal het rood dat mijn wangen van woede kleurde. Tegen het einde van de verkiezingscampagne kreeg ik zowaar zoiets als bewondering voor de man. Terwijl geen enkele opiniepeiler hem een schijn van kans gaf, bleef hij met veel overtuigingskracht volhouden dat het Franse volk nog voor een verrassing zou zorgen. En verdomd, hij kreeg nog bijna gelijk ook. Terwijl hij minstens drie affaires aan zijn broek heeft hangen die hem een veroordeling kunnen bezorgen, doet hij zich voor als de integerste der integeren. Je moet het lef maar hebben. Chirac en Mitterand zijn nooit zo populair geweest als toen ze president af waren. Zelfs Giscard wiens presidentschap verre van een succes was, draagt een aureool van eerbiedwaardigheid. Dus logischerwijs zou hetzelfde met Sarkozy moeten gebeuren. Maar ik betwijfel het. Chirac mocht dan wel graag op een koeienkont slaan om te laten zien dat hij ook maar een gewone jongen was, maar intussen was hij ook een groot kenner van Chinese en Japanse kunst. Mitterand liet bijzondere en spraakmakende gebouwen neerzetten en was een groot kenner van de Franse literatuur. Sarkozy daarentegen heeft vooral naam gemaakt met zijn ongrammaticale Frans en uitspraken als Casse-toi pauv’ con oftewel ‘Flikker op, klootzak’. Ik denk dat je daar, zelfs achteraf, niet populair van wordt. Dus of ik hem zal missen, nee, ik denk van niet. En als er vagelijk zo’n soort gevoel is, grijp ik gauw naar een film van de Marx Brothers en zal dan constateren dat Groucho toch stukken beter is dan Sarko zijn imitator.