Zul je mij niet horen zeggen

“O nee hè? Je gaat toch niet weer zo’n verhaal schrijven over hoe het is om als émigré terug in Nederland te zijn? Dat vindt niemand interessant.” Ik keek de spreekster, mijn vrouw Jacqueline,  verbouwereerd aan. Wat krijgen we nu? De ontheemding is mijn fond de commerce, mijn specialiteit, mijn hobby en gedeeltelijk mijn broodwinning. En nu zou dat niet interessant zijn? “Nee, want jij vertelt altijd dat Nederland vergeleken met Frankrijk zo’n verschrikkelijk land is en dat wil niemand horen.” Vind ik dat echt? Een beetje gelijk heeft ze wel. Ik loop altijd hoog op te geven over de Franse wellevendheid, over de manier waarop Fransen eten en drinken tot een bijzonder tijdverdrijf maken, over de voortreffelijke Franse gezondheidszorg. Over het landschappelijk schoon hoef ik niets te zeggen, tenslotte is Frankrijk nog steeds veruit de meest populaire vakantiebestemming onder Nederlanders.
Er waren niettemin nog steeds een aantal zaken waarop ik Nederland hoger waardeerde dan mijn huidige thuisland. Onderwijs bijvoorbeeld. Frankrijk heeft de middenschool die er in Nederland nooit gekomen is: voor 11- tot 16-jarigen één schooltype. Of je nu een gedoodverfde professor, boerenknecht of bakker bent, maakt niet uit. Allemaal hetzelfde onderwijs. Over het fiasco daarvan wordt al decennia gepraat, maar aan een wezenlijke hervorming ervan wil niemand zijn vingers branden. Het hoger onderwijs is een iets gedifferentieerder rampverhaal. De universiteiten kampen met te grote aantallen studenten en te weinig middelen en lijken in veel opzichten meer op ons hbo dan op onze universiteiten. Frankrijks echte elite wordt opgeleid op de zogeheten Grandes Ecoles die variëren van ingenieursopleidingen, via SciencePo (politieke wetenschappen) tot de ENS waar de briljante wetenschappers worden gevormd. De afvalrace om op een van die scholen toegelaten te worden is moordend tenzij je een authentiek genie bent. De cijfers over de herkomst van de studenten is sprekend: de selectie blijkt een perfect instrument te zijn om de zittende elite te recycleren. Dat we in Nederland met de plannen van het kabinet Wilders dezelfde kant opgaan, zul je mij natuurlijk niet horen zeggen.
Ontwikkelingshulp dan. Een onderwerp dat me al zo’n jaar of veertig na aan het hart ligt. De Franse hulp kwam als percentage van het bnp altijd al stukken lager uit dan de Nederlandse. Bovendien stond die hulp ook nog ten dienste van het welbegrepen eigenbelang. Dus gericht op ex-koloniën om die binnen de politieke invloedssfeer van Frankrijk te houden. Dus vaak ter ondersteuning van de Franse economische belangen in die landen. Nee, dat deden wij in Nederland met onze spreekwoordelijke generositeit wel anders. Ontbinding van de hulp werd ooit een sleutelwoord: de ontvangende landen mochten zelf bepalen waar ze hun bestellingen plaatsten, daarvoor hoefden ze niet bij Nederlandse bedrijven aan te kloppen. Dat we in Nederland met het ontwikkelingsbeleid van het kabinet Wilders proberen Frankrijk te overtreffen in het vooropstellen van het eigenbelang, zul je mij natuurlijk niet horen zeggen.
Wat Nederland door de eeuwen heen misschien een beetje boven zichzelf heeft doen uitstijgen is de naar buiten gerichte blik, het gemak waarmee we ons over de ganse aardkloot verspreiden, het belang dat we hechten aan het spreken van vreemde talen. Frankrijk is nog steeds een erg naar binnen gekeerd land. Door vreemdelingen worden de Fransen vaak als arrogant gezien.Toch klagen ze steeds minder over die buitenlanders die geen Frans spreken. In plaats daarvan beklagen ze nu zichzelf omdat ze geen vreemde talen spreken. En je zult het nog meemaken dat ze straks wél behoorlijk Engels op school leren en onbekommerd de wijde wereld intrekken. En je zult mij natuurlijk niet horen zeggen dat de Nederlanders dankzij het kabinet Wilders bezig zijn een volk van egocentrische navelstaarders te worden. Zo hoog schat ik de invloed van verkeerde politici niet in.
 

Doe Ton een lol

Terug in Nederland. Schrik niet beste lezer, het is maar voor even. Nou ja, even: het is wel een hele maand. Een beetje tot mijn verbazing leek hier alles bij het oude. Na een vreselijk verkeerde verkiezingsuitslag en een nog verkeerdere kabinetsformatie denk je op afstand onwillekeurig dat zoiets zijn sporen wel zal nalaten. Nou zal dat ook wel, maar het is niet meteen zichtbaar. Hou zou zoiets ook zichtbaar moeten zijn? Direct bij de grens al een bord dat 130 km/u is toegestaan?* Opeens geen hoofddoekje meer op straat te zien? Gesubsidieerde blondeerbehandelingen bij de kapper? PVV-milities die de straten blank houden? Nee dus. Gelukkig wel twee dagen na onze aankomst demonstraties tegen de btw-verhoging en bezuinigingen op cultuur. Nederland is blijkbaar nog niet helemaal murw. Maar wie zie ik als een van de kopstukken tegen de culturele kaalslag optreden? De verschrikkelijke Bolkestein. Die wel weet waar cultuur uit betaald kan worden: vermindering van de ontwikkelingshulp. Guttogut wat ben je weer dapper Frits. Ik zal de laatste zijn om te beweren dat iedere Nederlandse Euro besteed aan ontwikkelingshulp ook effectief bijdraagt aan armoedebestrijding, maar als je iets niet goed doet, zou je je best moeten doen om het beter te doen, niet besluiten om er maar mee op te houden.
Is er dan niets zichtbaar veranderd tijdens mijn acht maanden afwezigheid? Tijdens mijn wandelingetjes met de hond zie ik minder bordjes Te Koop in tuinen staan. Wordt er in Nederland dan weer gewoon verkocht? Niet met zekerheid te zeggen, want het kan net zo goed betekenen dat eigenaren moedeloos hun huizen weer uit de verkoop hebben genomen. De Roemeense accordeonist (dezelfde!) zit nog steeds voor de supermarkt. Je kunt blijkbaar gemakkelijker op korte termijn de btw verhogen dan buitenlanders het land uitmikken. Volhouden mensen! Misschien overleeft dit kabinet de jaarwisseling niet.
Mijn stellige overtuiging dat de PVV hoofdzakelijk bevolkt wordt door boeven, slechteriken en domoren, werd de afgelopen dagen ruimschoots bevestigd. Of me dat nu echt deugd doet, is moeilijk te zeggen, maar zolang het Nederlandse volk nog een paar greintjes fatsoen heeft, maakt dat de levensverwachting van deze abjecte politieke beweging een stuk korter en daarmee natuurlijk ook de slagingskansen van deze regering. En dat doet me natuurlijk wél goed.
Intussen geldt voor Nederland hetzelfde als voor Frankrijk: je kunt je wel alvast vrolijk zitten maken om de onvermijdelijke politieke afgang van rechts, maar als je daar tegenover geen coherente visie hebt waarachter zich een meerderheid kan verenigen, dan is er nog weinig gewonnen. Van een stuurloos ronddobberende sociaal-democratie moeten we het in beide landen niet hebben. Maar van wat dan wel? In Duitsland lijken de groenen het initiatief ter linkerzijde naar zich toe te kunnen trekken. In Frankrijk zijn er de eerste tekenen dat het daar ook wel eens die kant op zou kunnen gaan. Maar hier? Een alliantie tussen SP en GroenLinks zou zo’n aardverschuiving ter linkerzijde teweeg kunnen brengen. Dat zou nou toch leuk zijn voor de volgende keer dat ik in Nederland terug ben. Kom op mensen, doe Ton nou eens een lol!

* Dat bord staat er inmiddels wél.

Patrick en Pascale

Wat is er zo leuk om in Frankrijk te wonen? Door de Nederlanders die ik hier ken, wordt die vraag doorgaans beantwoord met een aantal loftuitingen op het Franse landschap (mooi, afwisselend, wijds) en de Franse stadjes (mooi, gezellig, pittoresk), kortom evenzovele redenen voor Frankrijk als toeristische bestemming, maar nog niet om er te wonen. Want wie zou er nou in hemelsnaam in Luxor of op de Kilimanjaro willen wonen? Daarom ga ik nu een heel onverwacht argument voor het wonen in Frankrijk in de strijd werpen, namelijk de Fransen. Jazeker wel. De Fransen zijn leuk. Dat is natuurlijk net zo’n stompzinnige bewering als over Friezen die stug zijn (of waren het de Groningers?) en Schotten die zuinig zijn, maar toch. Ik beleef veel plezier aan de Fransen. Een van de cliché’s over de Fransen is dat ze iets met de liefde hebben. Je weet wel “l’amour, oh la la”. Dat is niet zomaar een cliché, dat is een al minstens vijftig jaar versleten cliché. En toch, en toch. Horen wij in Nederland wel eens iemand in  het openbaar zeggen dat hij van iets of iemand een stijve krijgt? Ik moet het nog meemaken. In Frankrijk is dat een geaccepteerde uitdrukking (“je bande”). En in welk land vind je een president die in het eerste jaar van zijn ambtstermijn zowel scheidt als hertrouwt? En dat laatste nog wel met een zangeres en ex-topmodel. En als we het dan toch over presidenten hebben, wat de Fransen François Mitterrand het zwaarst hebben aangerekend, is dat hij zo lang gezwegen heeft over zijn buitenechtelijke relatie en de daaruit geboren dochter. Ze snapten niet dat hij daar zo’n  probleem van maakte.
Sinds vanaf september de nieuwe programmering op Frankrijks meest beluisterde radiozender France Inter van kracht is, wisselen daar om negen uur ’s ochtends Patrick Cohen en Pascale Clark elkaar af. Nu is het op de Franse radio de gewoonte dat presentatoren de microfoon aan elkaar overdragen. Dat gebeurt doorgaans heel hoffelijk (“sorry dat ik over mijn tijd heen gegaan ben” “logisch jij bent ook veel belangrijker dan ik” “nee, nee, hoe kom je daarbij”) en is soms aanleiding voor grappige intermezzo’s. Maar met de wisseling tussen Patrick en Pascale zijn wij luisteraars getuige van een heuse liefdesaffaire. Pascale, met een stem die rechtstreeks van tussen de lakens vandaan lijkt te komen, brengt Patrick in verlegenheid met schalkse opmerkingen. Patrick zegt met een extra warm timbre in zijn stem dat hij het zo jammer vindt dat hij niet met haar mee kan naar New-York. Pascale decodeert berichten die Patrick voor haar in zijn programma zou stoppen. “O ja , heb ik dat gezegd?”, vraagt Patrick. “O, ik ben helemaal dol op die onderbewuste boodschappen van je”, zegt Pascale. Zo gaat dat nu al maandenlang en ik wacht met spanning op het moment dat een van de twee bezwijkt en zijn liefde voor de ander bekent. Ik hou niet zo van feuilletons, maar van deze amoureuze bewegingen op de vroege ochtend smul ik.  Dat is ook Frankrijk, echt waar.