Overbelast

Vanaf het begin van de COVID-pandemie heb ik me afgevraagd hoe het zou zijn om in gezinsverband te leven wanneer een gezinslid met het virus besmet is geraakt. Hoe organiseer je je om ervoor te zorgen dat niet binnen de kortste keren iedereen besmet raakt? Dankzij ons verblijf in het gezin van onze zoon in São Paulo weet ik dat nu. Zes dagen geleden kwam onze schoondochter ´s avonds ziek terug van een projectbezoek in Amazonië. Uit voorzorg verhuisde onze zoon zijn slaapplek naar de bank in de woonkamer. De volgende ochtend wordt het vermoeden bevestigd: ze test positief op het Corona-virus. We stellen een streng regiem van isolement in. Eten en drinken worden voor de slaapkamerdeur neergezet. Gecommuniceerd wordt er door de gesloten deur en via Whatsapp. Ik heb het tot mijn taak gemaakt het vaatwerk van de patiënt te beheren. Vuile borden, glazen en bestek worden door mij bij de slaapkamerdeur opgehaald en afzonderlijk met kokend heet water afgewassen en afgedroogd met een theedoek die alleen daarvoor gebruikt wordt. Vervolgens berg ik het vaatwerk zo op dat er geen gevaar van gebruik door het nog gezonde deel van het gezin bestaat. Het doet mij denken aan de verhalen die ik vroeger van mijn moeder hoorde over haar werk als dienstmeisje bij een streng-Joodse familie: hoe het vaatwerk gescheiden moest worden afgewassen en afgedroogd afhankelijk van de voedingsmiddelen die ermee genuttigd waren. Als ik het me goed herinner was het een doodzonde als een mes dat had gediend om de kaas mee te snijden in hetzelfde sopje werd afgewassen waarin een vleesmes had gelegen. Ze heeft de baan maar een paar weken uitgehouden. Ze werd er knettergek van. Wat dat betreft is deze gescheiden afwas een makkie. Onze voornaamste zorg was hoe onze kleindochter deze situatie zou opvatten. Maar geen probleem: ze blijft keurig aan deze kant van de slaapkamerdeur en communiceert met mamãe via Whatsapp.

Ingevolge de Braziliaanse quarantaineregels zit nu niet alleen onze schoondochter noodgedwongen thuis maar ook onze zoon. Zij werkt alweer een paar dagen op afstand omdat haar vervangster als laatste van het achtkoppige team dat in Amazonië op pad was, nu ook ziek geworden is. Als ik in het halletje tussen de slaapkamers ga staan hoor ik tegelijkertijd twee vergaderingen.

En wij, de grootouders, in dit alles? Wij kwamen hier om een overbelast ouderpaar te ondersteunen in de zorg voor hun qua gezondheid nogal fragiele dochtertje. Inmiddels hebben we iemand nodig om een overbelast grootouderpaar te ondersteunen in de zorg voor een overbelast ouderpaar.

Goede vakantie

Alweer drie weken in São Paulo. Wat heb ik er in deze tijd bijgeleerd over deze stad en over Brazilië in het algemeen? Ik ben geneigd te zeggen: niet veel. Laat ik vooropstellen dat ik hier ook niet gekomen ben om over deze stad, dit land van alles op te steken. Wij, de grootouders van Ana, zijn hier in de eerste plaats om voor haar te zorgen en haar ouders bij te staan in het organiseren van een min of meer gestructureerd gezinsleven. Met twee meer dan fulltime banen en een klein meisje dat regelmatig gezondheidsproblemen heeft, valt dat niet mee. Natuurlijk niet een situatie die specifiek is voor Brazilië en zelfs in Nederland kan het voorkomen dat grootouders niet om de hoek wonen. Maar in dit geval wonen de grootouders op duizend respectievelijk tienduizend kilometer afstand. Feitelijk maakt het dan niet meer uit op welke grootouders een beroep wordt gedaan. Of je nu ver of heel ver weg woont, in beide gevallen zul je voor langere tijd huis en haard moeten verlaten. Om kort te gaan, we zijn hier dus met een opdracht en die is niet om zoveel mogelijk over São Paulo c.q. Brazilië te weten te komen. In zekere zin is dat niet nieuw voor me. Ik heb in het verleden heel wat reizen naar allerlei bestemmingen in Afrika gemaakt met een specifiek doel en dat doel had dan meestal met ontwikkelingshulp te maken. Met dat soort opdrachten kom je in korte tijd vrij veel te weten over een land, een streek. Dat is nodig voor het goed vervullen van zo’n opdracht en tegelijk leuk. Vind ik tenminste. Zo heb ik nooit naar enige plek in Afrika op vakantie willen gaan. Van vliegveld naar wildpark naar witte zandstranden naar folkloristische dansgroep naar vliegveld, dat leek me helemaal niets. Af en toe een paar dagen ertussenuit knijpen om wat moois of interessants te zien, ja dat wel, maar voor vakantie ging ik toch liever wandelen op Corsica of fietsen in Zuid-Engeland. Zelfs aan een vakantie in een aantal Balkanlanden aan het eind van de jaren zeventig hield ik het frustrerende gevoel over dat ik weliswaar van alles gezien had maar dat ik het in geen enkele context kon plaatsen. Meer kennis dan een eerstejaars tentamen moderne geschiedenis en wat de reisgidsjes me boden, had ik niet in mijn bagage. Ik zou dus ook nooit op het idee gekomen zijn om naar Brazilië op vakantie te gaan. Toen ik voor vertrek hierheen nog wat kaas insloeg bij mijn vaste kaasboer en ik hem uitlegde dat de grote hoeveelheid te maken had met het aanstaande vertrek naar Brazilië, wenste hij me een goede vakantie. ‘Nee, geen vakantie’, zei ik, ‘meer een soort reddingsoperatie.’ Hij kreeg een gelaatsuitdrukking die erop leek of hij zich in een te groot stuk van zijn eigen kaas verslikte. Ik kon niet weten dat een paar dagen later de verdwijning van twee verdedigers van de oorspronkelijke bevolking in Amazonië voorpaginanieuws zou worden. Ik hoop maar dat hij me daar niet mee in verband heeft gebracht.

Ooit heb ik een jaar lang Latijns-Amerikakunde gestudeerd maar het college dat ik volgde ging over de Mexicaanse revolutie dus ik kan niet zeggen dat ik een gedegen kennis van het continent heb, laat staan van Brazilië. Natuurlijk was ik, zoals iedere linkse student in de jaren zestig en zeventig geïnteresseerd in wat er in Zuid-Amerika gebeurde. Ik schopte het zelfs nog tot bezoldigd medewerker van het Chili-komitee. Maar van een reis die kant op is het nooit gekomen. Inmiddels ben ik de afgelopen acht jaar elf keer naar Brazilië gereisd voor periodes van een tot twee maanden. Vermoedelijk heb ik hier in totaal al gauw zo´n drie jaar doorgebracht. Dus zou ik toch eigenlijk wel een beetje Brazilië-expert moeten zijn. Na drie jaar Tanzania durfde ik me zo wel te noemen. Maar van Brazilië weet ik bijna niets en de afgelopen drie weken hebben daar weinig aan toegevoegd. Nou ja, toch wel iets. We verblijven hier in een typische middenklasse buurt, en dat betekent in steden als Rio en São Paulo hoge woontorens. Hoge woontorens hebben een zichtbare invloed op de keuze van huisdieren: ik zie hier uitsluitend snoezige Pekineesjes en aanverwant klein grut. Steek ik een paar honderd meter van hier een drukke verkeersweg over, dan kom ik in een upper class wijk. Grote villa´s met ommuurde tuinen. Hier zie je de honden niet, je hoort ze alleen en aan het blaffen hoor je: dit zijn herdershonden, labradors, uit de kluiten gewassen dieren die weten hoe je een indringer van het erf moet jagen. Als je ze al ziet dan is dat groepsgewijs onder begeleiding van een professionele hondenuitlater. Wat je daar ook niet ziet zijn de poenige Ferrari´s, Lotussen en Lamborghini´s die hier door de wijk komen loeien. Daar, aan de andere kant, zijn de straten stil en is er niemand die jaloers naar ze om kan kijken. Trouwens, waarom zouden ze. De bewoners van die buurt draaien hun hand niet om voor een Rolls. Gepantserd natuurlijk.

Het leukste nieuws van de afgelopen week kwam van de Portugese president die een officieel bezoek aan Brazilië brengt. President Bolsonaro zegde een geplande afspraak met hem af omdat de Portugese president ook een afspraak had met Lula evenals met andere ex-presidenten. De reactie van de Portugees was: ’Daar zal niemand aan doodgaan.’ Laten we hopen dat dat ook geldt voor de verkiezingsnederlaag van Bolsonaro straks in november.