Niet met violen

Ik schreef laatst aan iemand dat de toestand waarin wij ons bevinden nog het meest lijkt op een mokerslag in slow motion. En hoe langer ik daar over nadenk hoe adequater me die omschrijving lijkt. Je ziet het botte geweld langzaam maar zeker naar beneden komen – hoewel langzaam? het gaat nog altijd een factor 100 te snel – niets of niemand kan het tegenhouden, maar intussen probeer je te leven. Leven? Een voor een worden dingen die belangrijk voor je zijn van de kaart geschrapt of tot steeds kleinere proporties teruggebracht. De wandelingen worden steeds korter, fietsen is er al nauwelijks meer bij, bij vrienden op bezoek? een uurtje, langer lukt niet meer, in de tuin werken? een half uur vraagt maximale energie. Laatst vertelde iemand mij over vrienden in een soortgelijke situatie dat de laatste maanden voor de overlevende de mooiste van zijn leven waren geweest. Dat had die overlevende verteld. En ik heb dat vaker gehoord. Vroeger zou ik dat als zoete koek geslikt hebben. Liefst met violen op de achtergrond. Nu denk ik: Wat? Hoe is dat mogelijk? Hoe was het leven daarvoor dan? Als ik terugkijk op mijn eigen leven, dan vind ik, vanaf het moment dat ik zelf de teugels in handen nam, dat een leven dat ik gedroomd zou kunnen hebben en voor een deel ook inderdaad gedroomd heb. Maar ik heb nooit gedroomd van mijn levenseinde en nog minder van dat van mijn levensgezellin en geliefde. Wel zitten de woorden van het Chanson de Tessa van Jean Giraudoux in mijn hoofd gegrift:
Si tu meurs, les oiseaux se tairont pour toujours
Si tu es froid, aucun soleil ne brûlera
Enzovoort. Nee, niet met violen, maar met klaaglijke tonen uit een accordeon.
Ik heb zeker niet het gevoel dat ik de mooiste maanden van mijn leven meemaak. De meest dramatische, dat wel. Wat nu overheerst is dat alles wat ik zie, hoor gerelateerd is aan iets uit de tijd dat alles nog goed was. Soms via de meest kronkelige gedachtenassociaties. Alle voorwerpen in huis dateren van die tijd. De herinneringen die eraan vastzitten dateren ook van die tijd. Dat leidt tot het gevoel dat er iets niet klopt. De huidige situatie vloeit niet uit de voorafgaande voort, breekt daarmee. Dus kan het niet kloppen. Het kan niet waar zijn. En dat gevoel wordt nog versterkt doordat niemand weet wat de ziekte precies is. Hoe moet je in vredesnaam een ziekte accepteren die niemand kent? Een bekend fenomeen: mensen kunnen zich pas schikken in hun lot als hun ziekte een naam heeft.
Aan de overkant van de straat wordt gewerkt in een huis dat onlangs gekocht is door een jong stel met een kind. Hoe vertrouwd is mij niet het holle geluid van werkzaamheden in een nog lege woning. En hoe triest is het om te weten dat je dat niet samen nog eens gaat meemaken.