Wij redden ons wel

Nog een paar dagen en dan is het Jacquelines verjaardag en precies vijf maanden geleden dat ze is overleden. Ik had bedacht dan hetzelfde te gaan doen wat ik een jaar geleden met haar samen heb gedaan: naar een expositie in het Musée Paul Valéry in Sète en dan lunchen in de tuin van het museum met uitzicht op de Middellandse Zee. Dat zou helemaal gaan lukken ware het niet dat ik al dagen zit te wachten op de levering van een generator die mee moet naar ons huisje in het zuiden. Bovendien zal het op die dag slecht weer zijn in Sète, dus niets lunchen in de museumtuin, maar een dag later zal Jacqueline ook wel goed vinden.
Met dat teruggaan naar hoe het precies een jaar geleden was, is er wel iets aan de hand. Joan Didion beschrijft in Het jaar van magisch denken dat ze een jaarlang na het overlijden van haar man iedere dag terugkijkt naar wat ze een jaar geleden op die dag samen deden. Dat lijkt willekeurig, maar is dat natuurlijk helemaal niet. Een jaar is een volle omwenteling om de zon en daar is niets toevalligs of willekeurigs aan. Toen ik dat bij Joan Didion las, merkte ik dat ik hetzelfde deed. Misschien niet iedere dag maar wel regelmatig. Het is denk ik een vorm van bezwering: ik herbeleef het moment van een jaar geleden en ben daardoor weer even samen. Wat er gebeurde toen het eerste jaar na de dood van haar man om was, beschrijft Didion niet, maar ze schrijft wel wat ze denkt dat dat zal gaan betekenen, wat het betekent als je herinneringen hebt van een jaar geleden waarin je geliefde niet meer voorkomt. Zo ver ben ik nog niet. Ik kan nog voluit in het verleden leven.
Hoe ver ik wel ben weet ik niet goed. Het is alsof ik zonder kompas of andere hulpmiddelen midden op de oceaan zit maar dat zelf nog niet weet. Dit is een onbekende situatie waarop niemand voorbereid kan zijn ook al zou je alle zelfhulpgidsen gelezen hebben (wat ik niet gedaan heb), om de simpele reden dat je jezelf niet kent en zeker niet in zo’n unieke situatie.
Waar ik echt helemaal niet op zat te wachten is het volgende (ik weet niet of zoiets vaker voorkomt, ik hoop van niet) : Een oude vriend (oud in de betekenis van sinds vele jaren) wilde nog even wat zeggen over de viering van Jacqueline haar leven (de herdenkingsdienst noemde hij het). Wat daar verteld werd was allemaal wel erg lovend, terwijl er aan de betreurde toch ook wel een paar minder aardige kantjes kleefden, vond hij. Op dat moment kon ik niet reageren. Het drong niet tot me door en ik praatte er totaal overheen. Thuis gekomen drong het tot mij door wat er door deze oude vriend gezegd was, die – dit terzijde – wel de minst aangewezene op deze aarde is om een dergelijke opmerking te maken. Behalve een late afrekening met iemand die daar niet meer op kon reageren, was het een klap in mijn gezicht want het moet alle aanwezigen opgevallen zijn dat ik mijn ziel en zaligheid in die viering had gelegd. Ik moest denken aan de rede van Marcus Antonius aan het graf van Cesar in Shakespeares Julius Caesar. Brutus vond dat Cesar ambitieus was – wat blijkbaar een grove fout was – maar Brutus is an honourable man.
Wat me enorm geholpen heeft is de steun van een vriendin die acht jaar geleden haar man is verloren. Als ik haar schreef over bepaalde heftige gemoedstoestanden, kon zij bijvoorbeeld terugschrijven: Ja, dat ken ik. Dat zal nog erger worden. Of als ik vertelde over mijn plannen voor de komende tijd: Goed dat je dat gaat doen. Dan zul je pas echt ervaren dat ze er niet meer is.
Het klinkt misschien hard, maar dat is wel de steun die de rouwende en stuurloos ronddobberende mens nodig heeft. Aan goedbedoelde pogingen om je een beetje afleiding te bezorgen heb je alleen op dat moment wat. Daarna is het weer 360° rondploeteren. Behalve als mensen echt willen weten hoe het met me gaat en er ook niet bang voor zijn dat aan te horen. Daar is wel wat voor nodig want wij rouwenden willen wel lijden, maar liefst in stilte want we zijn doodsbang om over te komen als klagende zielenpoten. Nee, wij redden ons wel. En dat is natuurlijk precies wat de buitenwereld wil horen. Ziehier de perfecte valkuil.