Het was gisteren precies een half jaar geleden dat Jacqueline overleed. Toen voorjaar, nu herfst. Het contrast kan niet groter. Toen een explosie van groen, nu dwarrelen de gele bladeren naar beneden. Toen draaide alles om Jacqueline. Iedere handeling, iedere gedachte, ieder woord had op de een of andere manier met haar te maken. Nu gaat het er om goed te leven zonder Jacqueline. Als ik dit opschrijf realiseer ik me onmiddellijk dat het niet klopt wat ik zeg. Het gaat om leven zonder de fysieke aanwezigheid van Jacqueline.
Ik hoorde zojuist iemand op de radio vertellen dat mensen haar na een traumatische ervaring begripvol zeiden dat ze ‘het’ een plaats moest geven. Met andere woorden: archiveren en afsluiten. Maar zo zit het niet, zei ze. Zoiets draag je voor altijd bij je. En zo is het met het overlijden van de geliefde ook. Het is niet te benoemen. Verlies, gemis, leegte? Ja, maar ook de herinnering aan ontelbaar veel momenten en de daaraan gekoppelde gevoelens. Waardoor datgene dat ogenschijnlijk hetzelfde is gebleven, een andere lading krijgt. De tuin waar ik dagelijks naar kijk, ziet er ongeveer hetzelfde uit als een jaar geleden, maar hij voelt niet meer hetzelfde. Gisteravond was ik in de Walburgiskerk in Zutphen. Jacqueline heeft mij, atheïst in hart en nieren, geleerd van kerken te houden. Dus loop ik aan de hand van Jacqueline door die kerk. Toen ik een paar maanden geleden aan mijn fietsrondjes in de omgeving begon om mijn fysieke conditie op peil te houden, moest ik regelmatig slikken als ik langs plekken kwam waar we nog maar kort tevoren gewandeld of gefietst hadden. Inmiddels kan ik er glimlachend langs rijden, maar het blijft wel iets met me doen. Wat ik probeer te zeggen, is dat ik ondanks haar afwezigheid wel degelijk mét Jacqueline leef.
Toch is het zo dat ik nu een veel grotere behoefte heb aan echte vriendschap dan voordien. Het koesteren van vriendschappen liet ik goeddeels over aan Jacqueline. Enkele uitzonderingen daargelaten lifte ik op haar bagagedrager mee. Ik ging altijd door voor een loner, een einzelgänger. Eigenlijk was ik dat niet, maar ik vond het zo wel gemakkelijk. En ik ging er zelf een beetje in geloven. Zo wist ik zeker dat ik op termijn mijn huidige woonplaats zou gaan verlaten en me weer in Frankrijk zou gaan vestigen. Zelfs Jacqueline dacht dat. Ze wilde al samen met mij een huis in Zuid-Frankrijk gaan kopen zodat ze zou weten waar ik zou wonen als ze er niet meer zou zijn. Daar moet ik nu niet meer aan denken. Ik zou dan een paar mensen die me heel dierbaar zijn en me in de afgelopen tijd alleen maar dierbaarder zijn gaan worden, moeten missen. Wat ik nooit had kunnen bedenken is dat ik anders in het leven ben komen te staan. Misschien leef ik wel voor twee! Het resultaat is dat mijn (begonnen als onze) agenda voller is dan ik mij kan herinneren. Dat is heel troostrijk: het gevoel een eigen plaats te hebben in wat ons wereldje was.
Maar er zijn ook van die momenten dat. Vorige keer schreef ik hoe ik Jacquelines verjaardag zou gaan vieren zodra ik weer terug zou zijn in ons huisje in de Languedoc. Zoals we een jaar geleden hebben gedaan, zou ik naar het Musée Paul Valéry in Sète gaan om een expositie te bezoeken en daarna in de museumtuin gaan lunchen. Eerste teleurstelling: het museumrestaurant was definitief gesloten. Tweede teleurstelling: de expositie was een dikke tegenvaller. Misschien een les? Misschien niet zo’n goed idee om te willen herhalen wat niet herhaald kan worden?
Een week later ging ik naar Montpellier om bij IKEA een matras te kopen en om een expositie van het werk van Pierre Soulages te zien. Jacqueline en ik waren beiden grote bewonderaars van Soulages. Wat gebeurt er? Ik heb de hele expositie met natte ogen gelopen. Ik liep daar met Jacqueline, die ik voortdurend aanstootte. Heb je dit gezien? En dat? Ik was daar zo van door elkaar geschud dat ik in de parkeergarage mijn auto niet kon vinden. Na twee keer helemaal rondlopen, bedacht ik me dat hij misschien toch op een andere verdieping stond. En ik wist toch hartstikke zeker dat … Waardoor ik aan Jacqueline moest denken. Die zei heel vaak: “ Die eigenwijsheid van jou wordt nog eens je dood.”
Leven voor twee
Beantwoorden