We zijn weer twee rampen verder. Natuurlijk kregen onze kopers niet de voordeliger lening. Het verzoek werd afgewezen door de bank. Een lichte wind van paniek. Wat nu ? Als ze niet teruggaan naar de bank die hen al eerder een offerte had gedaan, moeten ze ons een boete van 10% van de koopprijs gaan betalen. Maar daarvoor moeten wij wel naar de rechter stappen. Een onverkwikkelijke situatie. Niet iets dat we ons hadden voorgesteld. Het huis verkopen aan aardige mensen en iedereen zou blij en gelukkig zijn. Een rechtbank past niet erg in dat plaatje. Maar goed, onze kopers lieten weten dat ze onmiddellijk weer naar de eerste bank terug zouden gaan. Ze meenden dat die bank zeker opnieuw een offerte onder dezelfde voorwaarden zou doen. En inderdaad kregen ze die offerte een paar dagen later. Maar niet onder dezelfde voorwaarden. Nee, gunstiger ! Een beloning voor slecht gedrag, noemde de makelaar het. Maar dat kon ons natuurlijk weinig schelen. Als dat vermaledijde leningscontract eindelijk maar eens getekend zou worden. Maar ook daar geen probleem : een paar dagen later zou dat voor elkaar zijn. Alleen, een paar uur voor het moment suprême botsten in een tunnel bij Genève twee vrachtwagens in volle vaart op elkaar. De ravage was groot en het verkeer in de tunnel zat urenlang vast. En wie zaten er in die tunnel ? Onze kopers op weg naar de bank. En wat zei de mevrouw van de bank toen ze haar meldden dat ze een forse vertraging hadden ? Dat het contract dan helaas die middag niet getekend kon worden. Onze kopers lieten ons per e-mail weten dat er een doem op hen rustte en dat ze ontgoocheld waren. “En wij dan?“, riepen wij tegen elkaar. “Zijn wij er misschien ook nog, of moeten wij die kopers van ons zielig vinden? Die moesten toch zo nodig van bank veranderen? En je weet toch, wie het onderste uit de kan wil …” En zo gingen wij nog even door in hartverscheurend zelfbeklag. Intussen is het alweer bijna zo ver. Over twee dagen gaan ze weer naar de bank. Ik ben benieuwd hoe ze mogelijke calamiteiten gaan vermijden.
Categorie archief: Frankrijk
Huis verkopen 4: Controle
Twijfels, bergen twijfels, zeeën met twijfels. Ik wist niet dat een mens over een zo grote voorraad aan twijfels kon beschikken. Ik reken mezelf niet tot de categorie geboren twijfelaars, dat wil zeggen als het om alledaagse dingen gaat. Wel op filosofisch of levensbeschouwelijk vlak. Ik geloof heilig in twijfel. Ik hou niet van onwrikbare zekerheden. Sterker nog, ik geloof niet dat die bestaan. Maar daar wilde ik het niet over hebben. Het gaat mij meer om twijfels in de trant van : zullen we de bus of de fiets nemen of zullen we naar film A of naar film B gaan. En dan heb je ook nog twijfels aan de intenties van anderen. Als persoon X zegt dat ze naar film A wil, meent ze dat dan ook echt, of is dat om mij een plezier te doen ? En als persoon Y zegt dat hij liever wil lopen, wil hij dat dan echt, of is dat om mijn voorstel van fietsen of met de bus gaan te dwarsbomen ? Daarin ben ik toch een stuk minder twijfelloos en vooral naarmate de keuze voor mij belangrijker is.
En maand geleden wisten wij niet beter of de kopers van ons pand beschikten over twee solide aanbiedingen van banken om de aankoop te financieren. Dus na het tekenen van het voorlopig koopcontract kon alles niet anders dan van een leien dakje gaan (en met een paar honderd vierkante meter leien dak boven ons hoofd weten wij heel goed wat dat betekent). Dat voorlopig koopcontract is nu alweer bijna twee maanden oud, wat betekent dat het over een paar dagen afloopt en nog steeds hebben onze kopers geen akkoord van de door hun gekozen bank voor de financiering. Tenminste, niet dat wij weten (hoort u de twijfel door deze woorden heen klinken?). De termijn waarbinnen de bank zou beslissen is inmiddels verstreken. Wat gebeurt er? De meest onwaarschijnlijke verklaringen zijn al de revue gepasseerd (ze willen niet meer en gebruiken de bank als excuus, ze hebben ruzie gekregen en willen de koop stoppen, haar moeder heeft haar financiële bijdrage ingetrokken, de bank heeft zijn criteria aangescherpt, …). Bij nadere beschouwing blijkt geen enkele van deze verklaringen stand te kunnen houden, maar wat is er dan wel aan de hand? De makelaar blijkt het ook niet te weten en de kopers zelf houden hun kaken stijf op elkaar. Een ideale situatie voor wilde speculaties, voor angstige voorgevoelens, voor akelige toekomstvisioenen. Want denk maar niet dat wij hier in een ligstoel in de tuin met een koele drank in de hand onze stralende toekomst aan het contempleren zijn. Nee! Zelfs al zouden wij de noodzakelijke toestand van innerlijke rust kunnen bereiken, dan is dat nog niet mogelijk. Dit is een groot huis met een grote tuin en tuinen hebben in de zomer de neiging om onderhouden te willen worden: alles groeit alle kanten op en dat moet in toom gehouden worden. Want: we willen de kopers niet opzadelen met het horticulturele resultaat van enige maanden van ledigheid. Bovendien willen wij onze laatste weken hier genieten van de tuin zoals we hem wilden en niet vertrekken met de treurige beelden van tuinmans nachtmerrie op ons netvlies. En dan is er natuurlijk ook nog het onwaarschijnlijke maar theoretisch mogelijke geval dat de verkoop niet doorgaat. Daar wil ik eigenlijk helemaal niet aan denken en zeker niet gecombineerd met een inhaalmanoeuvre van maandenlang achterstallig onderhoud. Werken dus. Handwerk. Dat leidt af. Ja, maar geeft ook ruimte om door onaangename gedachten besprongen te worden. Zoals: in hemelsnaam, niet nog een seizoen tuinieren. Mijn vriendjes, zoals iemand ze laatst noemde, helpen me daar van harte bij. Mijn vriendjes zijn de mollen. Die laten geen gelegenheid voorbij gaan om me eraan te herinneren dat een tuin een organisch geheel is onderhevig aan gewilde en ongewilde veranderingen. Tot die laatste behoren de molshopen. Ik heb nooit gestreefd naar een Engels gazon (en ik weet inmiddels dat je een verschrikkelijke masochist moet zijn om daar wél naar te streven), maar ik vind een grasveld in contrast met allerlei bomen en struiken wel aardig. Dat geeft ook de mogelijkheid om zichtlijnen te creëren zodat de tuin niet een verzameling ongedifferentieerde plantengroei wordt waar je je alleen met een kapmes doorheen kunt bewegen. Maar een grasveld dat eruit ziet als een slagveld uit de Eerste Wereldoorlog is zacht gezegd deprimerend. Dus moeten de mollen bestreden worden. En ook deze keer lijkt het erop dat ik de vijandelijke bewegingen onder controle heb gekregen (vijf jaar geleden schreef ik daar al eens een stukje over: http://tonnijzink.blog.lemonde.fr/2011/04/13/oorlog/). Nu nog het middel vinden waarmee ik de kopers onder controle krijg en ik ben helemaal tevreden.
Huis verkopen 3: Mandaat geannuleerd
(Dit verhaaltje dateert van een maand eerder dan de aangegeven datum. Door een misverstand had ik een tijdlang geen toegang tot mijn blog.)
Blij en gelukkig. In mijn eerste verhaaltje over de ophanden zijnde verkoop van onze watermolen schreef ik dat ik vond dat ik mij dat moest voelen, maar dat ik dat niet was. Een aantal weken verder is dat nog steeds niet gelukt. Daar zijn verschillende redenen voor. Een daarvan is dat het hele verkoopproces erop gericht lijkt te zijn dat ik me geen moment blij en gelukkig kan voelen. Iedere week brengt een nieuwe portie anxiogene gebeurtenissen met zich mee. Gisteren nog. Wij wisten dat de kopers met een bank aan het onderhandelen waren over de voorwaarden van hun hypotheek. Die bank wil dat de waarde van onze molen door een expert getaxeerd wordt. Logisch, want die bank sluit geen lening af op basis van uitsluitend het inkomen van de kopers (het Franse systeem) maar ook gebaseerd op de waarde van het pand (het systeem dat het thuisland van onze kopers hanteert). Daarvoor was een expert ingeschakeld en die zou ons een dezer dagen bezoeken. Dat was voor ons geen reden tot bezorgdheid. De verkoopprijs is alleszins schappelijk, het pand is dat bedrag dubbel en dwars waard. Gisteren liet J. ons mobieltje uit haar handen vallen. Terwijl ik bezig was de verschillende onderdelen van het telefoontje onder kasten en rekken bijeen te zoeken, merkte zij op dat er warempel wel iets belangrijkers was dan het bijeenzoeken van stukjes telefoon : het mandaat was namelijk geannuleerd. Mijn hart miste een paar slagen en ik verzocht stamelend om uitleg. ‘Ga maar lezen, het staat in de mail’, zei J. onverbiddelijk. In een mail van onze kopers stond inderdaad dat er een mandaat was geannuleerd, maar niet een dat ons direct aanging. Het was namelijk het mandaat dat de bank aan de expert had gegeven om ons pand te taxeren. De expert zou te duur zijn. ‘Dat maakt voor ons helemaal niets uit’, riep ik uit. ‘Dat weet ik’, luidde het antwoord, ‘maar ik wist geen betere manier om je onder die kast vandaan te krijgen, op zoek naar de resten van de telefoon.’ Eind goed, al goed. Het telefoontje werkt weer.
Met verbijstering ervoeren wij een paar weken geleden hoe snel een verhuizing kan plaatsvinden. Onze zoon belde dat hij en zijn vrouw naar Rio gingen (ze wonen in Brasilia). ‘Leuk’, zei ik, ‘hoe lang blijven jullie ?’
‘Hoe lang ? We gaan verhuizen !’
‘Wanneer ?’
‘Voor het eind van de week.’
De volgende dag kregen we al een foto van een lege kamer met een stapel dozen en de dag daarna van nog een lege kamer met alweer een stapel dozen en de dag daarna een foto met een gedemonteerde bank en na vier dagen een foto van een snelweg genomen door een voorruit met de tekst ‘We zijn onderweg naar Rio’.
Intussen verstuurden wij foto’s van een steeds voller rakende kamer met lege archiefdozen en stapels papier. We lazen elkaar voor uit veertig jaar oude correspondentie, lieten elkaar krantenknipsels zien van onze wapenfeiten uit een militant of anderszins mediageniek verleden en verwezen onbarmhartig pamfletten van groot historisch belang naar de oudpapierbak. In vier dagen onze spullen selecteren en inpakken zou ons toch nooit gelukt zijn, dan kunnen we er net zo goed vier weken voor nemen.
Huis verkopen 2: Een huisje voor mijn ziel
De eerste week nadat het duidelijk was geworden dat er een grote kans was dat we ons huis bezig waren te verkopen, sliep ik gemiddeld niet meer dan drie uur per nacht. Het was niet zozeer de vraag of de koop wel echt doorging die mij wakker hield. Het was meer de angst dat de koop echt door zou gaan die mij in een staat van permanente en diffuse paniek bracht. Een van de gevolgen daarvan was dat ik mijn mond niet dicht kon houden. Ik leuterde maar raak. Vermoedelijk een automatisch defensiemechanisme : zolang ik maar klets, kan er niets gebeuren. Mijn eigen antiraketsysteem. Ik verontschuldigde me bij voorbaat. ’Sorry, ik ben wat speedy door de recente ontwikkelingen. Ik zal proberen me in toom te houden.’ Wat vervolgens al binnen een paar minuten mislukte. Gelukkig werd er vriendelijk op gereageerd. ‘Goh, zo ken ik je niet. Grappig wel.’ Jacqueline dacht daar, na een paar dagen mijn onbelemmerde woordenvloed meegemaakt te hebben, heel anders over.
Een week na het bezoek van de potentiële kopers zou er een voorlopig koopcontract getekend gaan worden. Dat moest een week uitgesteld worden, want zij kon die week geen vrij krijgen. Dat kan gebeuren. Maar op dit moment begonnen de eerste twijfels te knagen. Willen ze wel echt ? Hoe hard is de toezegging van de bank ? Waarom zou het deze keer wél lukken ? Andere keren van bijna-koop passeerden de revue. De paniek maakte plaats voor zenuwen, een tamelijk extreme vorm van plankenkoorts maakte zich van mij meester. Zou ik de voorstelling wel halen of zou ik achter het toneel plotseling ineenzijgen ? De avond voor de nieuwe afspraak voor het tekenen van het koopcontract kwam er een mail binnen van de makelaar dat de afspraak helaas weer een week verzet moest worden, maar dat de kopers wel graag van de gelegenheid gebruik wilden maken om nogmaals het pand te bezoeken, ditmaal met de moeder van de vrouw van het stel erbij, die een redelijk deel van de koopsom moest ophoesten. Onze twijfels werden opeens monstrueuze zekerheden. De koop gaat niet door. Die moeder wil haar geld niet in zo’n project steken. En ze hebben natuurlijk net van de bank gehoord dat de voorwaarden voor de financiering aanzienlijk slechter uitpakken en nu kunnen ze het niet meer opbrengen. Kortom crisis.
De volgende dag verschenen onze kopers met de moeder, zich duizend keer verontschuldigend dat het ondertekenen niet door kon gaan, maar dat de redenen daarvoor niets met hun wens en mogelijkheden van aankoop van de molen te maken hadden. En wij vonden ze natuurlijk meteen weer schatten van mensen en die moeder was ook een schat van een vrouw. Dus natuurlijk zou het allemaal doorgaan.
Intussen waren wij ons gaandeweg steeds meer gaan afvragen wat te doen na de verkoop. Die vraag wisten we een paar jaar geleden haarfijn te beantwoorden, maar doordat de feitelijke situatie zich toch niet voordeed, waren we maar opgehouden ons verdere voorstellingen over onze toekomst te maken. Het liefst had ik het maar zo gehouden. Het denken aan een nieuwe woonplek is een soort verraad aan onze huidige plek waar we al gauw eenderde mensenleven hebben doorgebracht, waar we ieder vertrek – en dat zijn er een stuk of vijftien – zelf hebben bedacht en ingericht, waar we iedere boom en struik – en daarvan ben ik al lang geleden de tel kwijtgeraakt – zelf geplant en onderhouden hebben, waar we luiken voor hebben gemaakt, waar ik halsbrekende toeren heb uitgehaald om dakpannen, leien en televisieantennes te vervangen, kortom waarvan we iedere hoek en kier kennen als we ze al niet zelf gemaakt hebben. Verknocht is zacht uitgedrukt in zo’n geval. We zijn er ongeveer mee vergroeid geraakt. Dan kun je toch niet zomaar naar een nieuwe woonstede overstappen ? Ik moet daarbij denken aan wat mensen overkomt die na langdurig in Afrika te hebben gewoond weer in Europa terugkeren. Die hebben aanvankelijk het gevoel dat ze niet ècht terug zijn, dat er een deel is achtergebleven, een deel dat nog geen afscheid kan nemen, dat in een traag tempo achter ze aanhobbelt. Het lichaam is wel aangekomen maar de ziel nog niet, die wil nog een beetje blijven rondhangen, die voelt zich wel lekker daar. Het liefst zou ik mijn ziel alle tijd van de wereld gunnen om aan het idee van een nieuwe woonplek te wennen. Daarna zien we dan wel weer. Het is dan ook geen wonder dat Jacqueline en ik de afgelopen weken een perfecte taakverdeling hadden : zij keek naar huizen en ik naar caravans. Nooit van mijn leven heb ik enige belangstelling voor caravans gehad, maar nu leek me dat opeens het aangewezen middel voor mijn zielerust. Een caravan om op ons stukje land in Zuid-Frankrijk neer te zetten, zodat we daar comfortabel ons piepkleine huisje bewoonbaar kunnen maken. En het is gelukt : ik heb de ideale caravan gevonden. Hij staat nu vol ongeduld naast ons huis te wachten. Het nieuwe huis daarentegen is er nog niet. Mijn ziel vind dat wel prettig.
Huis verkopen 1: Vijf jaar
Vijf jaar bezig ons huis te verkopen. Vanochtend stond ik op, liep naar het raam, keek naar buiten en riep ‘ Ik wil hier niet weg. Ik ga niet verhuizen’. En het was niet eens mooi weer. Een druilerige regen daalde neer op uitbundig voorjaarsgroen en vogels joegen rond alsof ze zojuist allemaal ecstasy hadden geslikt.
Na vijf jaar van inspanningen om die koper te vinden die echt bereid is om het koopcontract te tekenen, geloofde ik er eigenlijk niet meer zo in. Tegen een van de laatste kandidaat-kopers heb ik dat zelfs gezegd: ‘Als ik eerlijk mag zijn, ik geloof er helemaal niet in dat jij dit huis wilt kopen.’ Het kwam er zo maar uit. Na vijf jaar van begrip tonen voor de overwegingen van aspirant-kopers was de maat plotseling en onverwachts vol. Ik kon ze met terugwerkende kracht allemaal door de mangel halen, al die mensen die hun gebrek aan durf achter kunstige redeneringen verbergen. Een van de mooiste was – en die hebben we meer dan een keer gehoord – ‘jullie houden zo van deze plek, dat is aan alles te merken, jullie moeten hier gewoon niet weg, dit is echt jullie plek.’
Ik moet wel zeggen dat die plek echt heel bijzonder is. Een oude watermolen aan een meer, omringd door heuvels. Een door ons met veel zorg aangelegde tuin die tot volle wasdom is gekomen. Ik kan me voorstellen dat het voor de minder moedigen onder ons misschien een beetje te veel van het goede is. Voor de prijs van een doorsnee eengezinswoning op een niet al te gewilde locatie in Nederland kun je opeens een pand kopen waar wel vier van die huizen in kunnen met nog een tuin ter grootte van een stadspark erbij. Voor sommigen is dat gewoon te veel, niet meer te overzien, overweldigend. Die zijn dan waarschijnlijk voorgoed genezen van de gedachte dat hun ambities verder moeten strekken dan een rijtjeshuis op een Vinex-locatie.
De stellen die wij als gegadigden hebben mogen ontvangen zaten regelmatig niet op dezelfde lijn. We hebben nogal wat situaties meegemaakt waarin het initiatief tot bezichtiging van onze molen van de man was uitgegaan. Die was aan een radicale wending in zijn leven toe en wat is er tenslotte radicaler dan van Nederland of Parijs naar het Franse platteland te verhuizen? De vrouw was nog maar net aan het wennen aan de gedachte dat er misschien een moment zou komen dat ze haar veilige plek in die Vinex-wijk zou moeten gaan verlaten en kijkt verwilderd naar al die wijdsheid om haar heen. Die situatie kwam zo vaak voor dat we overwogen hebben om honorarium voor therapeutische consulten te vragen.
Maar de omgekeerde situatie kwam ook voor. Tot de laatste bezichtigers hoorden twee vrouwen die het niet eens nodig vonden om hun man mee te nemen. Toen wij daar naar vroegen, luidde het antwoord: ‘Nee hoor, dat is niet nodig. Hij vindt toch alles goed wat ik doe.’ Dat werd in beide gevallen natuurlijk ook niets. Toen eentje uiteindelijk toch maar een keer samen met haar man kwam, werd het letterlijk slaande ruzie. Wij vreesden een dodelijke afloop, maar dat viel uiteindelijk mee.
Na dit vijf jaar lang mee te hebben gemaakt, was de mogelijkheid dat wij hier binnen nog eens vijf jaar zouden kunnen vertrekken niet meer iets waarmee ik nog serieus rekening hield. Akkoord, we deden nog steeds alles wat je van serieuze verkopers kunt verwachten – met makelaars overleggen, mensen door het pand rondleiden, zorgen dat alles in perfecte staat van onderhoud verkeert – maar dat alles was een soort routine geworden, een ritueel waaraan voldaan moet worden want anders worden de goden boos en dan wordt het helemaal niets. Ik wist eigenlijk nog maar een ding zeker over de verkoop en dat was dat als die zou komen, dat als een volledige verrassing zou zijn. Nergens op rekenend zou de koper zomaar pardoes uit de lucht komen vallen (we hebben ook een keer twee Zwitserse ULM-vliegers gehad, maar die kwamen met de auto). En precies zo is het gebeurd. We werden op een vrijdag door een ons onbekende makelaar gebeld of hij de volgende dag met twee klanten langs kon komen. En dat worden nu onze opvolgers. Tenminste … nadat ik al een paar keer op een waarschijnlijke koop heb geklonken, doe ik dat dus niet meer, nou ja, een klein beetje (geen echte champagne, maar een andere acceptabele bubbeltjeswijn). Maar als de makelaar ons verzekert dat er behalve een auto-ongeluk niets meer tussen kan komen, mag ik toch wel aannemen dat het huis zo goed als verkocht is. Dan zou ik nu dus blij en gelukkig moeten zijn. Daarover de volgende keer.